Hallo Frans, Ik lees net bij Hera dat je gevallen was!!! Nou heeeel erg vervelend maar het had nog erger af kunnen lopen hé - gebroken botten of zo!!! Dus nog maar even geduld en een pijnstillertje- voor je het weet ren je weer rond door het prachtige Naarden. Veel hartelijke groeten, Yvonne
Catharina48 van Jocas-wandelwegen
26 april 2010 16:41
Nog mijn hartelijke felicitaties en nog vele jaren in goede gezondheid. eerst die valpartij maar eens verwerken. sorry ik ben een oen met verjaardagen hier. mijn verjaardagskalender op mijn bureaublad is ook weg na de operatie dus moet ik het van toeval hebben. ik neem zo een rode bel op je!!!
Gooilander
25 april 2010 23:22
Bedankt Hera, mijn verjaardag in de tuin gevierd. groet Frans
In het laatste kwartaal van 1944 ging de Duitse Wehrmacht over tot grootschalige razzia's op jongens en mannen van 17 tot 50 jaar. 23 Oktober was Hilversum en 24 oktober waren Bussum en Naarden hun doelwit. Vooral in de Vesting Naarden zat iedereen in de val. Het scheelde maar weinig of mijn vader was, ondanks zijn 53-jarige leeftijd, meegenomen. Dankzij ‘onmisbaarheid in verband met de voedselvoorziening' kwam hij vrij. Degenen, die toen zijn meegevoerd kunnen deze mensenjacht beter beschrijven. Nadat het Duitse leger deze 'acties' beproefd had in kleinere en middelgrote steden, was Rotterdam aan de beurt. Hier werden, op vrijdag 10 en zaterdag 11 november, bij een grootscheepse razzia 50.000 mannen vastgenomen. Een groot deel van hen werd nog dezelfde dag afgevoerd, te voet, per schip of per trein. Treintransport
Bij de treintransporten werden mannen in goederen- en veewagens gepropt. Zwaar bewaakt vertrok de trein met de hongerende en dorstige 'passagiers' in overvolle smerige wagons. De langdurige reis, gevolg van de heersende wantoestanden en omwegen, werd soms onderbroken. De plaatselijke bevolking maakte daarvan gebruik om voedsel en drinken te brengen. In Hilversum konden op die manier 600 mannen met behulp van de omwonenden ontsnappen. Hoe zo'n treinreis verliep beschrijft é é n van de mannen aldus:
‘K. was Zaterdag 11 November uit Rotterdam vertrokken en kreeg 's Zondags van de bevolking in Naarden-Bussum eten en drinken. Dezelfde dag reden demannen van zijn trein verder. Ze kregen niet eerder dan Dinsdag 14 November in Hagen (Dld.) een beker koffie en een bordje soep. (grauw water) De volgende dag, eveneens te Hagen, werd nogmaals een bord soep verstrekt. Op de verdere tocht kreeg men niet eerder dan op 17 November 's avonds in Neurenberg 2 broodjes (kuch) voor 3 man‘.
De Rotterdammers plaatsten de onderstaande advertentie in de Naarder Courant. ____________________________________________________ 12 Nov. 1944 Hartelijk dank aan de Naarden-Bussummersvoor de vele goede en groote gaven aan de RotterdammersWagon No. 58881.
Hieronder volgt het relaas over zo’ Rotterdammer, met als eindbestemming van zijn reis Naarden-Bussum.
Ontsnapping te Naarden-Bussum
Bovengenoemde trein met Rotterdammers stopt in Naarden, achter de Juliana van Stolberglaan. Mensen uit Bussum en Naarden snellen toe om te helpen.Ook mij achttienjarige zus Corrie is aanwezig. Uit de trein komt een grote groep mannen, begeleid door zwaar bewapende Duitsers. De troep, die langs sjokt, blijkt op weg te zijn naar het Majellaziekenhuis. Ze hebben zich ziek gemeld.Een kans om afgekeurd te worden maken ze niet bij de wehrmachtartsen. Veel vrouwen lopen met de droeve stoet mee. Een jongen van achttien jaar klampt mijn zus aan. Hij fluistert haar toe dat hij niets mankeert. Daarna gaat alles snel in z'n werk. Een wildvreemde mevrouw staat spontaan aan Corrie haar fiets af. (in de hongerwinter een noodzakelijk en onontbeerlijk vervoermiddel) Ze neemt zelf de koffer met kleren van de jongen over, zodat hij minder in de gaten loopt. Onopvallend springt de jongen achterop de fiets. Corrie rijdt met hem naar Vesting Naarden. Een kwartier later stapt een verkleumde jongeman onaangekondigd onze boerderij binnen. Hij stelt zich voor als Jaap van Dijk en hij is welkom. Eerst valt hij aan op het aangeboden voedsel. Daarna vertelt onze nieuwbakken onderduiker over de grote razzia in Rotterdam.
De onderduik
Om Jaap's ouders gerust te stellen wordt door ons contact gezocht met ons kennisje Henny, die in de Maasstad woont. Als dertienjarige, is zij voorjaar 1940 bij ons geweest als 'Rotterdammertje', na het grote bombardement aldaar. Veiligheidshalve lichten wij de familie Van Dijk via Henny in. Ook doen we voorzichtige pogingen om de, toen kostbare, fiets weer terug te geven. Een vage advertentie wordt in de Gooi en Eemlander geplaatst. ________________________________________________________
Wil dame met pakje, die aan 2 meisjes Zondag 12 Nov. teNaarden fiets leende, zich vervoegen St. Annastraat 41 Naarden?_______________________________________________________
Een reactie blijft uit, zodat Jaap ook zijn koffer met kleren nooit terug ziet. Naast Jaap hebben we nog drie jonge evacués uit Gennep in huis. Er moeten dus heel wat monden gevoed worden. Jaap probeert wel behulpzaam te zijn bij de aanmaak van brandhout. Daartoe worden boomstammen op de zaagbok tot blokken gezaagd en vervolgens met de bijl gekloofd. Kolen zijn er niet meer en de gasvoorziening is 1 november gestopt. Ook lost Jaap soms é é n van ons af bij het eentonige karnen. De room uit de zure melk wordt in een melkbus tot boter gestampt. Als stamper dient een houten schijf voorzien van gaten,bevestigt aan een lange stok. Het meeste boerenwerk vergt echter handigheid en ervaring. Van de kleine hoeveelheid roggeschoven op de slietenzolder, moeten er regelmatig enkele met de hand gedorst worden. ( hanteren van een dorsvlegel, een voor de oorlog uitgestorven stiel) In een wan wordt het kaf van het koren gescheiden. De ratten in het roggestro vreten niet alleen een deel van de oogst op, ze vervuilen het ook. ‘s Avonds worden dan ook de roggekorrels, bestemd voor de ochtendpap, op de tafel uitgespreid. Rondom de tafel zitten de opgeschoten jongelui, waaronder Jaap, de rattenkeutels stuk voor stuk te verwijderen. Voor de verlichting zorgen brandende drijvertjes in met patentolie gevulde schaaltjes, want de elektriciteit is sinds 10 oktober in Noord Holland afgesneden. Zo samen is het toch nog gezellig. Zelfs oudere buurjongens, ontkomen aan de Naardense razzia, trotseren de spertijd om ook aanwezig te zijn. Soms blaast iemand de verlichting uit en geeft steevast de schuld aan de jongste zoon des huizes. Onder het uitzoeken door wordt erover van alles gekletst, vooral over het verloop van de oorlog. Soms circuleert er een illegaal blaadje of een op de Meent gevonden 'Vliegende Hollander'. De avonden duren echter nooit lang, we gaan vroeg naar bed. 's Morgens, voor dag en dauw, moet de kostwinner op om de koeien te melken. Bovendien moet spaarzaam worden omgesprongen met de kleine hoeveelheid hout voor de kachel. Voor onderduiker Jaap is dit een heel ander leven dan hij in de stad gewend is.
Onder het paardenvolk
In deze periode hebben de Duitsers van de Vesting een paarden-lazaret gemaakt. Gewonde paarden worden hier opgelapt. Alle militaire loodsen staan vol paarden. Een aantal wordt in bruikleen gegeven aan vestingboeren, waarvan de Duitsers de gezonde paarden gevorderd (gestolen) hebben. Twee van deze oorlogsinvaliden staan in onze paardenstal. Deze patiënten worden regelmatig door een militaire veearts gekeurd. Ook oudere Oostenrijkse hospikken van het paardenvolk houden een oogje in het zeil. Ze komen bij ons niet verder dan het erf en de stal, maar toch raken we noodgedwongen met hen in contact. Ook onze onderduiker. De soldaten hebben we wijs gemaakt dat Jaap é é n van de zevenhonderd evacué es is, die in Naarden zijn ondergebracht. Als HBS-er spreekt Jaap een aardig mondje Duits. Door zijn branie laat hij zich verleiden tot een dolle stap. Hij gaat met é é n van de soldaten mee naar het hol van de leeuw, de Promerskazerne. Na ‘spertijd’ wordt hij teruggebracht. Vol bravoure bluft hij, samen met de soldaat, nota bene naar de Engelse zender geluisterd te hebben.
Na een wekenlang verblijf op onze boerderij, verlangt Jaap naar huis. Via de illegaliteit wordt hij naar Rotterdam gebracht. Dezelfde dag waarop Jaap vertrokken is, komt zijn vader bij ons aan. Hij heeft een afschuwelijke koude reis achter de rug. Eerst met de boot naar Amsterdam en van daar lopend naar Naarden. Als voedsel voor onderweg heeft hij een weckpot met bruine bonen meegenomen. Twee dagen blijft hij bij ons om bij te komen, daarna gaat vader Van Dijk op de 'geleende' fiets naar huis.
De rekruut
Na de bevrijding horen we de eerste jaren niets meer van onze onderduiker en zijn ouders. In het garnizoensstadje Naarden vinden veranderingen plaats. Na de Duitse bezetters verlaten nu ook de Frans-Canadese bevrijders de Promerskazerne. Maart 1946 verrijst op het Promersplein een schutting. Men zegt dat in de 'Promers' gevangen SS-ers komen. De gedetineerde NSB-vrouwen uit deWeeshuiskazerne worden in februari per boot op transport gesteld naar Weesp. De 'Weeshuis' wordt ingericht om dienstplichtigen op te leiden voor hun 'taak' in Indonesië. De eerste lichting verlaat 29 oktober Naarden om ingescheept teworden. Een neef ligt als dienstplichtig sportinstructeur in de Weeshuis en vertelt dat bij de nieuwe lichting veel Rotterdammers zijn. En warempel, zondag 17 november staat onze voormalige onderduiker voor de deur (praktisch 2 jaarna zijn eerste komst). Jaap is rekruut en mag de kazernepoort niet verlaten. Hij heeft echter een verlofpasje om op eigen gelegenheid een uurtje naar zijn kerk te gaan (lotgenoten van grotere kerkgenootschappen kennen die vrijheid niet, ze worden onder geleide afgemarcheerd naar hun kerk). In plaats van de kerk bezoekt hij ons. In de kamer heft hij een klaagzang aan over de zware opleiding. Zoiets valt verkeerd bij mijn vader en die zegt: "Ben jij nou een Hollandse jongen?" Een paar dagen later komen ook de ouders Van Dijk bij ons op bezoek. Ze willen de kapitein van Jaap spreken over alles wat hun zoon wordt aangedaan. Bovendien zullen ze alles ondernemen om hun 'enigst kind' in Nederland te houden. Het gevolg is, dat Jaap voor de tweede maal de dans ontspringt. Indonesië heeft hij nooit gezien en wij hebben niets meer van hem vernomen.
------------------------------------------ Afbeeldingen: 1. Ouders 25 jaar getrouwd tijdens hongerwinter
2. Naarder Courier 15-11-1944 met oproep geleende damesfiets
3. Duits officier vordert ons paard
4. Karnen ondanks verbod
5. Zus Corrie in 1947 met hondje Toppy
6. Zus Corrie met broer Nico. Omstrreks 1947
7. Kazerneplein Weeshuis in 1946 __________________________ Bronnen : - B.A. Sijes: Razzia van Rotterdam
Hoi Frans, weer een interessant artikel over het laatste jaar van de oorlog. Uit overlevering weet ik dat ook op het goederenemplacement aan de Westergracht in Haarlem een massale ontsnapping van Rotterdammers is geweest.
Benneke
Gooilander
08 feb 2008 18:55
Hallo Benneke,
Volgens een krantenberichtje, dat jaren na de oorlog verscheen, zouden er in Hilversum veel Rotterdammers zijn ontsnapt. Of dat bericht juist was, weet ik niet.
Als jongen van 11 jaar ben ik ook gaan kijken naar die trein die gestopt was in de buurt van station Naarden-Bussum. Mijn zus heeft die jongen meegenomen toen het schemerde of donker was. Het is moeilijk om aan de weet te komen om welke tijd de 'spertijd' inging.
Het is jammer dat er niet veel dagboeken openbaar zijn. Ik bezit wel een dagboekje van een andere zus. Daar staan korte notities in. Veel mensen hadden geen tijd (en de fut) om een dagboek bij te houden.
groeten,
Frans
Benenalie
09 feb 2008 17:00
Hallo,
Heel indrukwekkend het lezen van dit verhaal.
Ik weet dat mijn ouders(dat vertelden ze vaak),heel veel onderduikers en thuis aan boden.
s'Avonds moesten ze bij de ijssel staan,waar ze dicht bij woonden,om de onderduikers op te halen!!Mijn moeder vertelde altijd,dat wanneer de divan die ze destijds hadden praten kon.........!!!En dat terwijl ze in een blok van drie woonden...met aan beide kanten..nsb'rs!!
Ik ben trots dat mijn ouders dit hebben gedaan...ze hebben veel mensen geholpen!!
Fijn weekend..gr Alie
Agaath.hooft
09 feb 2008 19:03
Frans, ook wij hadden Joodse onderduikers, boven de schuifdeuren zat een ruimte, waar 2 mensen inkonden en dat deden mijn ouders natuurlijk ook, prachtig verhaal het is de eerste keer dat ik hoor dat de mensen op transport eten kregen onderweg,li gr agaath
Gooilander
09 feb 2008 21:03
Hallo Agaath,
In je gastenboek heb ik al een reactie geschreven. -- Voor alle duidelijkheid: De meeste Joodse mensen waren begin 1943 al vermoord in concentratiekampen. Het was zeer moedig van je ouders om Joodse mensen te verbergen. --
Ik schrijf over 1 van de 50.000 Rotterdammers die gevangen werden genomen bij de grote razzia in november 1944. In die periode lag het front langs de Rijn en de Maas. Het Duitse leger wilden geen massa mannelijke stedelingen vlak achter hun rug. Om die reden werden de Rotterdamse mannen afgevoerd en niet de Amsterdammers.
Hartelijke groeten,
Frans
Gizmoenbeertje
10 feb 2008 08:11
Indrukwekkend.... dat heeft grote impact... toch moeten die verhalen verteld blijven worden... kan je niet voorstellen dat die mensen geen eten en drinken kregen op transport... als je daar over nadenkt.....
Bizarre tijden toen... maar misschien ook nu toch ook, maar dan een beetje anders.... groeten, Lia
Vlinder49
10 feb 2008 16:46
Heel indrukwekkend,je snapt niet dat een mens zoveel kan ondergaan en zoveel kan meemaken.
Bedankt Frans voor je reactie .
Ik ga het zeker lezen.
Het is nu heel koud in China,vooral voor oude en zieke mensen.
gtoetjes van Gerry
Jack1957
12 feb 2008 17:26
Denk ik, ik ga even bij Frans kijken en waarempel een verhaal. Met belangstelling gevolgd. En wat Lia zegt, het moet worden verteld ter lering.
Hartelijke groet Jack
Gooilander
12 feb 2008 19:11
Hallo Jack,
Op je weblog heb ik een reactie achtergelaten.
groeten,
Frans
Hera
06 mei 2010 00:25
Frans, ik ga dit verhaal zeker lezen, alleen nu even nog niet.... nu is het even meer denken aan de dingen die mijn ouders meegemaakt hebben... en ik zijdelings..... maar ik wil je gewoon even laten weten dat het me zeker interesseert!
Gooilander
06 mei 2010 13:29
Dag Hera,
Bij de laatste dodenherdenking op 4 mei 2010 heeft de Rotterdamse burgemeester aandacht geschonken aan het wegvoeren van de 50.000 mannen en jongens. In andere jaren is hier geen of weinig aandacht aan besteed. Mijn zus, die in 1944 die jongen redde, is nu zwaar ziek. Voor haar redding heeft ze alleen een beleefd bedankje gekregen van de ouders van die jongen.
hartelijke groet
Frans
Hera
09 mei 2010 22:15
Inmiddels heb ik ook dit gelezen en het raakt mij heel diep. Ik ken de verhalen uit die tijd - , en elke keer bij het lezen ervan ben ik me ervan bewust hoeveel men geleden heeft en angsten uitgestaan. Is mij uiteraard ook heel goed bekend van mijn ouders.