Delen     Populaire blogs     Volgende blog Ľ
Blog maken     Inloggen
_
_
GOOILAND
Geschiedenis van Gooiland van 900 tot 2007
_
Home__Weblog__Prikbord__Fotoblog__Videoblog__Foto's__Links__Gastenboek__Vrienden__Zoeken__Tip__Login
_

Welkom op mijn Weblog


http://gooiland.vijftigplusser.nl/?page=article&warticle_id=44460



Mijn Profiel

gooilander
Ik ben nu offline

• Mijn profiel
• Privť bericht sturen
• Als vriend toevoegen

Toevoegen als weblog vriend






Zoeken in Google
_



CategorieŽn Overzicht




Laatste Weblog artikelen




Fotoboeken


FAMILIE (2)
_
FAMILIE (1)
_

FAMILIE (1)
_
ERFGOOIERS (89)
_






Weblog Vrienden


Nog geen weblog vrienden toegevoegd.



Gastenboek berichten

David Hughes
20 oktober 2017 07:22
_
Heb je dringende leningen nodig om je financiële problemen op te lossen? Indien geïnteresseerd; neem dan contact met ons op via; E-mail: Paydayloans@li ve.com Telefoon: (512) 850-4970

Lieneke Opmeer
08 juni 2017 10:00
_
Deze pagina kwam tegen toen ik op zoek was naar de familie Majoor en met name Machiel Janszoon Majoor uit Laren. Hij is mijn overgrootvader, zijn dochter Engelina is mijn oma. Ik ben ook vernoemd naar haar. Verder ben ik heel erg benieuwd of er meer informatie over mijn overgrootvader bekend is. lienekeopmeer@ hotmail.com

Hans Klinkenberg
25 maart 2016 20:58
_
Joaox@live.nl




Watskeburt Op 50plusser.nl

Door Rosalina42 om 06:47
_
Nieuwe Forum reactie geplaatst

Door Rosalina42 om 06:47
_
Nieuwe Forum reactie geplaatst

Door Rosalina42 om 06:45
_
Nieuwe Forum reactie geplaatst

Door Catharina69 om 06:44
_
Nieuwe Weblog reactie geplaatst

Door Rosalina42 om 06:44
_
Nieuwe Forum reactie geplaatst

Door Catharina69 om 06:39
_
Nieuwe Weblog reactie geplaatst

Door Rosalina42 om 06:34
_
Nieuwe Forum reactie geplaatst

Door Rosalina42 om 06:33
_
Nieuwe Forum reactie geplaatst





_

Andere artikelen



HOOIBOUW BIJ DE BOEREN VAN VESTING NAARDEN


Hooiwagen in hooischuur van stadsboerderij

Stadsboerderijen binnen een Vesting

Binnen de vestingwallen van Naarden lagen, tot het midden van de twintigste eeuw, zo’n twintig boerderijen. ‘s Winters stond het vee daar op stal. ’s Zomers graasde het vee op de Naarder Meent. Deze meent lag aan de kust van de voormalige Zuiderzee. Hooiland was schaars en was soms wel 5 km vanaf de stadsboerderij gelegen. Zelfs de vestingwallen werden nog met de zeis gemaaid.


De Buitendijken
Veel vestingboeren haalden vroeger hun hooi uit de Buitendijken, het gebied tussen de voormalige IJsselmeerweg en Muiderberg. Dit gebied was eigendom vande Hervormde kerk van Naarden en het Pater Wijnterfonds (het Burgerweeshuis) Dit buitendijks gebied werd 's winters overstroomd, voordat in 1932 de Afsluitdijk werd aangelegd. Het zeewater stroomde dan over de zomerdijk en liet een laagje vruchtbaar slib achter. Soms ging de zee te ver en brak door de Westdijk, zoals de winterdijk ter plaatse heet. De verschillende 'wielen' achter de dijk herinneren hier nog aan. Bij een doorbraak werd er veel zand uit de ondergrond los gewoeld en achter het dijkgat neergelegd, dit in tegenstelling tot het kleilaagje dat voor de dijk werd afgezet. Door het sliblaagje werd het weidegebied jaarlijks bemest en vruchtbaar gehouden. De kwaliteit en de opbrengst van het gras kwam dat ten goede. Het was een gewild gebied bij de boeren die het pachtten. De begaanbaarheid was echter voor de jaren dertig slecht. Het straatweggetje over de zomerdijk naar Muiderberg bestond toen nog niet. Dat betekende vooral voor de hooiwagens een hindernis, ze moesten een grote afstand afleggen over het onverharde pad. Om die reden was de pachtprijs lager naarmate het perceel dichter bij Muiderberg lag. Mijn grootouders, Jan en Klaasje de Gooijer, pachtten het perceel dat aan Muiderberg grensde. Mijn vader, Herman de Gooijer, nam deze pacht later over. Op de kadasterkaarten van 1940 tot heden is de ligging direct terug te vinden,omdat naast dit perceel een tankgracht werd aangelegd. De plek van de vroegere inlaatklep, aan de Gooimeer zijde, heeft men gemarkeerd. Zelfs op luchtfoto’s is het herkenbaar. Tegenwoordig ligt op dit terrein een woonwijk van Muiderberg, naast de op- en afrit van de Hollandse Brug. Na 1932 moest het land bemest worden; een hele rit met de mestkar. Gelukkig lag er toen een klinkerweggetje, maar de afstand van de vesting tot ons perceel was 5 kilometer. Daarom werden er 'droge koeien', 'vetweiers' en pinken geweid. Maar hoofdzakelijk bleef het in gebruik als hooiland. In de vijftiger jaren reden er voor het laatst ouderwetse hooiwagens getrokken door paarden. Hoe het er in die tijd aan toeging, wil ik trachten te beschrijven.

Hooiland

Na de Eerste Wereldoorlog waren de maaimachines gekomen. Zo'n maaimachine, getrokken door een of twee paarden, gebruikte mijn vader bij het maaien in de Buitendijken. Deze machine had hij samen met twee vestingboeren en leeftijdgenoten, Kos en Maas, gekocht. Met deze boeren werkte mijn vader veel samen, ze gingen zelfs samen melken. Naast het hooiland in de Buitendijken pachtten veel vestingboeren, dijken, kaden, bermen en de vestingwallen. Bij de bermen en kaden kon nog gebruik gemaakt worden van de maaimachine, bij de wallen en dijken was men nog steeds aangewezen op het maaien met de zeis. Mijn vader pachtte ook wallen, onder andere bastion Oud Molen en Fort Ronduit. Daarnaast pachtte hij de Zanddijk met de 'Overlaat', de fortweg naar Ronduit, de 'Vuurlijn' met het zogenaamde 'Moordpaadje' en de bermen met de kuststrook langs het IJsselmeer tot aan Muiderberg.

Maaien
De wallen werden dus met de zeis gemaaid, echt zwaar handwerk. Om goed en snel te kunnen maaien, was het noodzaak dat de zeis steeds scherp was. Dit werd niet bereikt door slijpen op een steen, maar door het 'haren' met het zogenaamde 'haargerei'. Het haargerei was een tweedelige set: hamer en spit. De hamerkop was een naar twee kanten toelopende slagpunt, enigszins afgerond, ongeveer 5 cm breed. Het spit was een klein aambeeldje, een stalen pen met een vierkante kop, iets bollend, 5 x 5 cm, met 12 cm onder de kop een oog waardoor een pennetje kon, om het wegzakken tijdens het haren te voorkomen. Om te haren ging de maaier op zijn 'platte gat' zitten, op een droog plekje, benen gespreid,waar tussen het spit iets schuin in de grond werd gedreven. Door middel van een gevorkte tak werd de zeis in de juiste stand gebracht, zodat het blad van de zeis midden op het spit lag. Door fijn gericht met de hamer te tikken werd het staal van de zeis precies evenwijdig uitgeklopt. (koud smeden) In ongeveer twintig minuten werd de zeis gehaard en kon er weer een halve dag mee gemaaid worden. Die halve dag gold voor een vlak weiland, voor de wallen met oneffenheden, struiken en stenen, moest het haren vaker gebeuren. Na iedergemaaid 'zwad' (baantje) werd door middel van een 'strekel' het snijvlak scherp gehouden.Bij het maaien met de maaimachine met paardentractie langs de hellingen van de weg naar Fort Ronduit, haalde mijn vader halsbrekende toeren uit. In de Buitendijken was het voor hem met de maaimachine een fluitje van een cent, daar moesten alleen de hoeken met de zeis gemaaid worden. Alles moest er netjes af,want bij de jaarlijkse schouw werd daar opgelet.

Hooien
Na het maaien lag het gras schuin over het land op stroken 'zwadden' genaamd. Na een paar dagen zonnig weer, werd het gras met de 'houten hooihark' gekeerd en de volgende dag werd het 'overal' gegooid, dat wil zeggen helemaal verspreid om door te zonnen. Daarna werd het met de hooihark geschud. als het dan goed droogwas - hooi moet 'spoken' (ritselen) - harkte men het op lange stroken, 'wiersen'genoemd. Mijn vader reed het hooi op wiersen door middel van de harkmachine met een paardenkracht. Vervolgens werd om het einde van de wiers een dubbel touw geslagen, dat bevestigd werd aan het paardentuig. Het paard trok de wiers bij gedeelten tot hooihopen. Van de samen geschoven wiersen werden netjes afgeronde 'oppers' (kleine hooibergen) gemaakt. Tien tot twaalf oppers waren een 'voer' hooi. De oppers konden rustig enige tijd op het land blijven staan. Dat was ookwel nodig vanwege het tijdrovende transport naar de boerderij. De afstand naarde boerderij was lang, er moest 's avonds en 's morgens gemolken worden en ook het bouwland moest worden bijgehouden. Maar het belangrijkste, het weer, kon plotseling omslaan, daarom was de hooibouw een zenuwslopende tijd. Mijn vader vermagerde zichtbaar in die periode.

Opladen

Het opladen van een hooiwagen was niet zo eenvoudig als men zou denken, vooral het gladde korte hooi vol distels van de IJsselmeerkust was moeilijk te hanteren. Men moest ook zo kunnen laden, dat alles op de wagen bleef tot thuis in de hooischuur. De vestingboerderijen waren voor de beladen wagens een probleem apart. Het voer hooi moest zo groot mogelijk zijn, maar het moest ook door de deuren van de hooischuren naar binnen. De doorsnede moest passen in de deuropening, die 3 meter breed en 3,3 meter hoog was. De wagen werd na het laden nog eens 'afgekamd' om aan die maten te voldoen. Bij het transport mocht niets misgaan. Denk hierbij aan de vaak oude houten wielen, het ontbreken van vering, de ontaard slechte wegen (vooral door het zachte land) en bovendien de onstabiele topzware last. Het kwam wel voor, dat er een lading kapseisde, soms door materiaalbreuk. Niet zo'n beste beurt, want dan moest het hele pakket uiteen geplukt worden en opnieuw, eventueel, geladen.Tenminste twee man waren nodig om een voer hooi te laden: een 'schoter' om met de vork het hooi aan te geven en een man op de wagen. Er werd begonnen met het vol stouwen van de bak tussen de leren. Vervolgens kwamen de 'burriehouten' erop om het oppervlak te vergroten, daarna begon het stapelwerk. De schoter gaf steeds flinke vorken vol naar boven. Terwijl de vork omhoog ging, draaide hij de vork een halve slag, zodat hij, als de lader het hooi greep, de vork vlot kon terugnemen zonder de lader te bezeren. De lader verwerkte het hooi tot een rol,die naar buiten uiteenlopend in dikte was . Deze plaatste hij links voor op de burriehouten. Daarna een kleine rol in het midden en vervolgens de rollen rechtsvoor. Zo werkte hij van voor naar achter tot de wagen met een laag bedekt was.Een voer hooi had acht lagen, er bovenop kwam nog een boomrol, zowel voor alsachter. Daarna klonk voor de schoter het verlossende : "Vol ! .... Geef de boom maar aan !" Dan werd de 'weesboom' aan de lader toegestoken, die hij op z'n beurt aan de voorzijde iets naar beneden stak, zodat de schoter de 'voorbaan' over de kop van de boom kon leggen. Dan werd de boom naar achter gedrukt, al waar de schoter de lus van de 'achterbaan' over de boom gooide en de lus in de'gorhaak' stak. Nu kon men met twee of meer man de boom via de lus aansjorren,zodat het een hecht en stevig pakket werd. Met de houten hooihark werd het voer afgekamd voor de losse 'wissen' en om het netjes vierkant en pas te maken om door de hooischuurdeur te kunnen. Een keer gebeurde het, dat tijdens het gorrende weesboom brak. Een stuk van de paal sloeg op de rug van ons zenuwachtige paard. Dit vond plaats op de weg naar Fort Ronduit. Aan de ene zijde lag de gracht en aan de andere zijde een sloot. Gelukkig, door ervaring wijzer, hield iemand het paard bij het hoofdstel.
Een mooi voer hooi was een sieraad voor de boer. Sommige laders waren een meester in het vak! Mijn oom Bart Beijer wist zelfs van het korte gladde hooi van de IJsselmeerkust een mooi voer hooi temaken. Mijn leeftijdgenoot en neef, Wim de Gooijer, ontwikkelde zich ook tot eenkundig lader.

Transport

Vanaf Muiderberg naar de Vesting, trok een paard twee hooiwagens. De kromme dissel van de achterste wagen werd met een ketting aan de voorste wagen gekoppeld. Alleen bij het passeren van de dijkkruin werden de wagensafgekoppeld. Het was een prachtig gezicht, die hoog geladen hooiwagens de vesting te zien binnenrijden. Vaak lagen er jongens bovenop, die hadden meegeholpen bij het harken. Vanaf die hoogte keken zij in de slaapkamers op de bovenverdiepingen van de vestinghuizen. Bij aankomst werden de hooiwagens voor een korte tijd op de straat voor de boerderij geparkeerd. Vervolgens werd het paard uitgespannen en achterom naar de paardenstal gebracht, waar hij een emmer pompwater en voer kreeg. Daarna kregen de mannen en jongens pas koffie en brood.De hooiwagen werd vervolgens met vereende krachten door de grote deuren de hooischuur ingeduwd. Vaak ging dat niet zo gemakkelijk, dan moest het voer op straat afgekamd worden. Alleen de hooiwagen paste precies in de hooischuur, het paard kon de wagen niet naar binnen trekken omdat de ruimte daarvoor te krap was.

Hooischuur
Bij de vestingboeren werd het hooi in de boerderij opgeslagen. Onze eeuwenoude boerderij ‘Zwanenburg’ lag in de Bussummerstraat. De hooischuur daar, bestonduit twee hooivakken aan weerszijde van de inrit. Het rechtervak lag achter een3,5 meter hoge muur en was 7 x 5,3 meter. Het linkervak werd begrensd door de deelmuur en een grote hanenbalk naast de inrit en was 7 x 4 meter. Als het hooiboven de hanenbalk lag (3,5 meter boven de grond), kon ook boven de 'slieten' van de deel hooi worden opgetast. Men telde het aantal voeren hooi dat binnengehaald werd. Om de winter door te komen was er vijftig voer nodig. Was de hooischuur vol, dan was de inhoud van het ingezakte, aangestampte en ingedroogde hooi bijons ongeveer 450 kubieke meter. Regelmatig werd gecontroleerd of er geen hooibroei optrad. Een brandweerman kwam dan met een steekijzer waaraan een thermometer was bevestigd. De temperatuur liep bij ons nooit te hoog op, vooral omdat er veel gortdroog wallenhooi lag opgeslagen. Gelukkig maar, anders zou het rampzalige gevolgen gehad hebben. Bij brand zou een heel huizenblok in de fikgevlogen zijn.

Lossen

Was de wagen binnen, dan klom een vlugge figuur op het voer hooi, terwijl anderen de touwen losmaakten en de weesboom aanpakten. Dan was het noodzaak, de volgorde van het laden omgekeerd toe te passen bij het lossen. Wie dat niet doorhad, trok zich uit de naad. Gebruikelijk was dat de bouwmeester de wagen laadde en ook weer loste, vaak was hij tevens de voerman. Zolang het niveau van het hooivak lager was dan het hooi op de wagen, ging het lossen razendsnel. Dan was het aanpoten voor de doorgevers op het hooivak om het goed te pakken. Vrij snel was het hooivak op een hoogte, die gelijk was aan een vol voer. dat was in onze boerderij de hoogte van de grote ankerbalk. Hoe hoger het hooi opgetast werd, des te moeilijker werd het ontladen van de hooiwagen. Het opsteken van een steeds lager niveau werd zwaarder. Bij grotere hoogten moest het hooi trapsgewijs omhoog worden gestoken. Daarbij stond een man op een vlonder (bijons het 'schavot' genoemd) boven de ankerbalk, die het hooi verder doorgaf. De buurtjeugd zorgde er echter voor, dat het hooiniveau niet te snel steeg. Traditiegetrouw kwamen buurtkinderen 'hooitrappen'. Ze dansten in het hooi en probeerden elkaar om te duwen. De grootste hielpen met het verslepen en verstouwen van het hooi. Er deden zich wel eens ongelukken voor. In de jaren veertig, sprong een zoon van de smid op de slietenzolder, zonder dat er een laag hooi op lag. Hij viel tussen de boomstammen door op de lemen vloer. Gelukkig werd zijn val gebroken door een laagje hooi, dat hij in zijn val meesleepte. Dat vork voor vork aan elkaar doorgeven tot boven toe was geen grapje. Vooral als je bedenkt hoeveel kracht en handigheid er voor nodig was. Het was volzomer enbovendien viel de 'hooikrok' (graszaad), rijkelijk uit iedere opgestoken vork en dat viel in ogen en nek. Dit alles vermengd met ruime transpiratie was geen klusje dat je lachend onderging, hoewel er niet werd gezeurd. Hooibouw was een zwaar karwei en bovendien was er altijd haast. Het was werken van donker tot donker, zes dagen per week ! Men moet niet voorbijgaan aan het feit, dat bij deze zware langdurige arbeid vrijwel altijd een beste stemming was. Soms werkte kleine voorvalletjes ontspannend. Een tanige, gebruinde dame van middelbare leeftijd stapte eens van haar fiets tijdens het afladen en vroeg of de boer haar plastronnetje gevonden had. Bij het topless zonnen was het bovenstukje van haarbikini in het hooi zoekgeraakt. Grote hilariteit onder de mannen. Van een speld zoeken in een hooiberg hadden ze wel eens gehoord, maar wat was een plastronnetje ?
______________________________

DE OMROEPER. OKT. 1991, JRG. 4. NR. 4.
F.J.J. de Gooijer
___________________________________________
Afbeeldingen:
-- Grasmaaien met zeis (Het maaien)
-- Zeis haren (Het maaien)
-- Zeis scherpen met strekel (Het maaien)
-- Hooiharkmachine (Het hooien)
-- Hooivork in hooiopper (Het opladen)
-- Wagen laden (Het opladen)
-- Hooiwagens (Het transport)
-- Slieten, slietenzolder (De hooischuur) ___________________________________________________
AANVULLING:
Vaarverbinding vanaf de Naardense Buitengracht naar de Zoute Gracht.

De Naardense Roeivereniging heeft een aantal prachtige foto's op het internetgeplaatst. Het zijn foto's die ook betrekking hebben op het bovenstaande stukjeover Hooibouw bij de vestingboeren..Zie de toegevoegde bijschriften bij de foto's:
1. De kade van de Roeivereniging was tot omstreeks 1950, de kade van dezogenaamde Werf. Op deze plek lagen dekschuiten. Naast deze werf lag tot 1939 deop en afrit van de brug van de Lange Bedekte Weg naar de Thierensweg. Mijn vaderhuurde hier tijdens de hooibouw een dekschuit. Met deze dekschuit werd het hooivan de Vuurlijn opgehaald. (zie Vuurlijn)

2. In 1939 kwam de zogenaamde Doorbraak en de Beatrixbrug gereed. Sindsdien wasde Westwalstraat, ook voor wagens en auto's verbonden met de Thierensweg,Rijksweg A1, station Naarden-Bussum en het dorp Bussum. -- Als wij (mijn vaderen zoon) een dekschuit bij de Werf ophaalde, dan voeren we onder de Beatrixbrugdoor.

3. Na het afbreken van de Amsterdamsche Poort, bleef de doorgang van hetwaterpoortje in takt. Oorspronkelijk was deze doorgang overwelft, daarom wordtdit nog steeds De Pijp genoemd. -- Met de gehuurde dekschuit voeren we door debuitengracht langs de vuilnisbelt (oever Schapenmeent) en het zwemplekje (oeverKorte Bedekte) onder de Groene Brug door. (Rijksbrug , brugwachter Van der Laan). Daarna volgde de doorgang op de plek waar de Zwarte Draaibrug gelegen had.Deze brug was einde april 1944 door de Wehrmacht opgeblazen. In De Pijp moestenwe voorzichtig manoeuvreren, want daarachter was de aanlegplaats van de Gebroeders Karsemeijer.

4. In de Nieuwe Haven was de aanlegplaats van de Gebroeders Karsemeijer, die methun boten een verbinding onderhielden met Zaandam.

5. In de Nieuwe Haven was nog voor de Sluisbrug de aanlegplaats van de boten vanVan der Hoek.6. Aan de kant van het bastion Oud Molen lag het militaire terrein met het Grooten het Klein Arsenaal.

7.8.9. Aan het einde van de Oude Haven lag een trap. Tijdens de hooibouw staptenhier de maaiers en hooiers in de boot om naar de Zoute Gracht te varen.

10. Tijdens het militaire gebruik van de bastions Oud Molen en Katten, was DeZeebrug afgesloten door een hek. Onbevoegden konden niet met een boot via DeZeebrug naar de Zoute Gracht varen. Tijdens de hooibouw moest de pachter van hetachterliggende gebied een sleutel halen bij de garnizoenscommandant. Tevensmoest iedere hooibouwer voorzien zijn van een door de commandant uitgeschreven pasje. (zie afb. 5) Over mijn soortgelijke pasje is de volgende anekdote te vertellen. Mijn vader gaf als lengte op 1, 76 m en op mijn pasje liet hij schrijven 1,75. Mijn juiste lengte was destijds 1,81.

11. Het ravelijn in de Zoute Gracht werd niet verpacht. Tegenwoordig noemt mendit Het Vestingeiland, waar de jeugd tijdens de vakantie veel plezier beleefd.

12. In 1950 werd de buitendijkse Bedekte Weg verbonden door twee kleine houtenloopbruggen. De ene is gelegen bij de Oostbeer en het buitendijkse Boomgat.Het andere is gelegen bij de duiker tussen de Zoute Gracht en de sloten van deNaarder Meent.Na de aanleg van de bruggen was Naarden een prachtig wandelpad rijker. Niet langna de opening werd op dit pad een jeugdige verpleegster vermoord. Wij noemdendit pad sindsdien Het Moordpaadje, zowel vanwege de moord, als vanwege de mooieligging.

13. De brug van Fort Ronduit en De Vuurlijn. Mijn vader pachtte vanaf 1945 tot 1967 het gras van de Vuurlijn en ook enkele jaren dat van Fort Ronduit. Vanafdeze brug konden de hooiwagens via het pad over de Naarder Meent in de Vestingkomen. (De Zwarte draaibrug was opgeblazen)

14. Op deze foto staat de zogenaamde Weg om de Noord. Jammer dat deVestinggrachten van Naarden nu voor goed zijn afgesneden van het Gooimeer. Ookis het jammer dat er geen foto's zijn gemaakt vanaf de gracht aan de oostzijdevan de Vuurlijn. Achter de oostelijke oever van deze gracht ligt namelijk Het Paradijs.
__________________

Wanneer het hooi van de Vuurlijn op een dekschuit werd geladen, dan voeren wij via de Zeebrug terug naar de Oude Haven. Hier werd het hooi van de dekschuitovergeladen op een boerenwagen. Een zeer omslachtige manier om hooi binnen tehalen
.___________________________________
F.J.J. de Gooijer
http://gooijer.netfirms.com/
http://gooijer.nl.jouwpagina.nl/



Weesbooom op het voer hooi


Met de hooiwagen op weg


Het paard uitspannen


Toegangsbewijs vestingwerken Naarden


De vestingwallen van Naarden werden met de zeis gemaaid.


Artikel links



Geplaatst op 08 november 2016 16:38 en 7960 keer bekeken



Deel dit artikel via:





_
R
eacties van leden


Je reactie
Naam   Gast
Reactie   
  _
Captcha_Beveiligingsvraag

Welk dier is dit?
_





_
Gast  22 nov 2012 17:08
Goed en duidelijk artikel.
Vraag: geef eens de inhoud lengte, breedte, hoogte aan van een voer hooi. 20 kubieke meter ?

Gooilander  
22 nov 2012 18:59
Naar ik aanneem bestaat er geen standaard voer hooi. In de twee Naardense eeuwenoude boerderijen was de doorrijhoogte 3,5 meter. De breedte van de opening heb ik ergens op een weblog gezet.
Het type boerenwagen was afhankelijk van de streek. Ik weet niet of de wagens in Naarden overeenkwamen met die in Blaricum, Laren en Huizen.
Ergens heb ik een kladje met de inhoud van de ''genoemde'' hooischuur.
-- Het hooi verschilde ook qua kwaliteit. Hooi van de buitendijkse hooilanden was vochtiger en langer dan van de van de Oost en Westdijk. Het wallenhooi zat vol kruiden, maar was zeer droog.

groet
Frans
_





_
Ofsen  
17 sep 2013 14:54
foto 5. schitterend dat dat bewaard is gebleven. een heel apart en interessant artikel over hooi. dat een paard twee hooiwagens kon trekken, is ongelooflijk.