Delen     Populaire blogs     Volgende blog Ľ
Blog maken     Inloggen
_
_
GOOILAND
Geschiedenis van Gooiland van 900 tot 2007
_
Home__Weblog__Prikbord__Fotoblog__Videoblog__Foto's__Links__Gastenboek__Vrienden__Zoeken__Tip__Login
_

Welkom op mijn Weblog


http://gooiland.vijftigplusser.nl/?page=article&warticle_id=44460



Mijn Profiel

gooilander
Ik ben nu offline

• Mijn profiel
• Privť bericht sturen
• Als vriend toevoegen

Toevoegen als weblog vriend






Zoeken in Google
_



CategorieŽn Overzicht




Laatste Weblog artikelen




Fotoboeken


FAMILIE (2)
_
FAMILIE (1)
_

FAMILIE (1)
_
ERFGOOIERS (89)
_






Weblog Vrienden


Nog geen weblog vrienden toegevoegd.



Gastenboek berichten

David Hughes
20 oktober 2017 07:22
_
Heb je dringende leningen nodig om je financiële problemen op te lossen? Indien geïnteresseerd; neem dan contact met ons op via; E-mail: Paydayloans@li ve.com Telefoon: (512) 850-4970

Lieneke Opmeer
08 juni 2017 10:00
_
Deze pagina kwam tegen toen ik op zoek was naar de familie Majoor en met name Machiel Janszoon Majoor uit Laren. Hij is mijn overgrootvader, zijn dochter Engelina is mijn oma. Ik ben ook vernoemd naar haar. Verder ben ik heel erg benieuwd of er meer informatie over mijn overgrootvader bekend is. lienekeopmeer@ hotmail.com

Hans Klinkenberg
25 maart 2016 20:58
_
Joaox@live.nl




Watskeburt Op 50plusser.nl

Door Weerhier om 13:40
_
Nieuwe Weblog reactie geplaatst

Door HenkSnoodijk om 13:40
_
Profielgegevens aangepast

Door fraagis om 13:39
_
Nieuwe Reactie geplaatst

Door luzia om 13:39
_
Nieuwe Reactie geplaatst

Door JanR om 13:39
_
Profielgegevens aangepast

Door HenkSnoodijk om 13:38
_
HenkSnoodijk Online

Door RamonR om 13:37
_
Profielgegevens aangepast

Door luzia om 13:36
_
Nieuwe Reactie geplaatst





_

Andere artikelen



DE GOOIJER FAMILIE: Jan Willemsz ( 1685-1736 - GEN. 9 - DEEL 1)


Blaricum op de Gooilandkaart van 1709

JAN Wzn DE GOOIJER 1685-1736

---------------------------------------

DE JEUGDJAREN VAN JAN WILLEMSZ DE GOOIJER.

Twee zonen, van Willem Eldersen (Goijer) en Cornelia Cornelis, komen veelvuldig voor in de Blaricumse Oudrechtelijke archieven. Hun namen zijn Gijsbert Willemsz (de) Goijer en Jan Willemsz (de) Gooijer. Gijsbert, geboren op 7 januari 1696, is de jongste van de twee. Zijn verwantschap met Jan blijkt uit verschillende gevonden overeenkomsten. Jan Willemsz, onze voorvader is, afgaande op zijn eigen schriftelijke getuigenverklaring, geboren in Blaricum omstreeks 1684/85. Volgens het R.K. doopboek moet zijn geboortedatum liggen tussen die van zijn broer Ellert (ged. 7 juli 1683) en zijn tweelingzussen Merritje en Joanna (ged. 16 juni 1685). Vreemd genoeg ontbreekt in het doopboek de naam Joannes in die periode. Aannemelijk is, dat de pastoor Joannes als 'Joanna' heeft ingeschreven. Nakomelingen van Joannes blijken later regelmatig tweelingen voort te brengen.

Over de jeugdjaren van Jan is in de archieven natuurlijk niets te vinden. Wel is het een en ander bekend onder welke omstandigheden hij opgroeide. Als 11 jarige jongen maakte hij de grote brand in Blaricum mee. Deze brand vond plaats op 26 maart 1696 en verwoestte de Hervormde kerk, de school en vier en dertig woningen. Waarschijnlijk bleef zijn ouderlijk huis gespaard, want op de lijst van slachtoffers komt zijn vader niet voor. Wel was dit voor Blaricum een enorme ramp, omdat het dorp slechts totaal 108 woningen telde. Bovendien moest de overwegend katholieke bevolking de Hervormde kerk herbouwen, terwijl zij zich zelf moesten behelpen met een schuilkerk. Ongestoord diensten houden werd hun vaak niet vergunt in deze boerderijkerk.

JAN WILLEMSZ DE ERFGOOIJER.

In de periode dat Jan volwassen wordt, komt het erfgooiersinstituut 'Stad en Lande van Gooiland' in conflict met Francois Hinlopen. Deze Hinlopen, eigenaar van de Hofstede Oud Bussum, bestrijdt de eeuwenoude rechten van de erfgooiers. Het wordt een langdurig proces, waarmee zich ook de 'overheid' bemoeid. Deze gewestelijke overheid, de Staten van Holland, staan ook wantrouwend tegenover Stad en Lande. Het bestuur van de stad Naarden en de Gooise dorpen worden gedwongen bewijzen voor het erfrecht te leveren. Naast de overlegging van middeleeuwse privileges (onder andere oude schaarbrieven) moet het Gooise bestuur ook nieuwe stappen ondernemen. Allereerst wordt een lijst met rechthebbenden (op het vruchtgebruik van het Gooi) gemaakt, die 1068 namen bevat. Bij deze gelegenheid ontstaat het begrip erfgooier, de eerste vastgelegde erfgooierslijst komt gereed in 1708. Daarnaast wordt een landmeter ingehuurd die het gehele Gooi, maar vooral de erfgooiersgronden, in kaart brengt. Deze kaart is gereed in 1709. Jan Willemsz de Gooijer komt mogelijk voor op de Blaricumse erfgooierslijst van 1708, mogelijk is hij de 'Jan Willemsz' die voorkomt onder nummer 43 van deze lijst. Om twee redenen is het echter de vraag of het onze 'Jan Willemsz' betreft: Ten eerste leefden er toen ook 2 'Jan Willemsz Verver's', namelijk 'de oude' en 'de jonge'. (4) Ten tweede, Jan Willemsz was ca. 23 jaar en in die tijd was men pas met 24 jaar volwassen. Mogelijk werden alleen gehuwde mannen, zoals Jan's vader, of erfgenamen op de lijst geplaatst. Onbetwistbaar zijn, gedurende Jan's verdere leven, de talloze malen (meer dan 50 keer) dat met zekerheid onze Jan Willemsz de Gooijer in de boeken wordt genoemd. Deze boeken betreffen zowel de DTB's, oudrechtelijke kohieren en gaderboeken (zoals koptiendenboeken over verschillende jaren). Ook in de verpondingskohieren ( soort onroerend goed belasting) komt hij voor. Via deze schriftelijke levenstekens is de levensgeschiedenis van Jan Willemsz vastgelegd. Van de wieg tot zijn graf is hij te volgen en liet hij sporen na, die door allerlei klerken zijn opgetekend.

JAN WILLEMSZ STICHT EEN GEZIN.

Bij zijn huwelijk wordt Jan op twee plaatsen in ingeschreven. Allereerst in het Blaricumse Impost Trouwregister. Daar staat op 11 april 1717: Jan Willemsz Goijer met Hendrikje Pieters ... pro deo. Was er een verband tussen die huwelijksdatum en het overlijden van zijn vader op 23 maart 1717? Nam hij als gehuwde de boerderij over? Het trouwboek van de Blaricumse R.K. Kerk vermeldt:

"Jan de Goijer en Hendrikje Pieters". Trouwge tuigen zijn, Antonia Bovenwater en Catharina Riethuijsen. (zeker zeker geen familie, maar mogelijk 'klopjes' (1) , omdat ze ook bij andere echtparen trouwgetuigen zijn.) Als trouwdag is de zondag gekozen en traditioneel na het Hoogfeest van Pasen van 28 maart 1717. (2) De echtgenote van Jan is Hendrikje Pieters Decker, geboren te Blaricum 22 augustus 1685 dochter van Pieter Cornelis Decker en Mary Jans. (Jan's schoonvader leed schade bij de grote brand in 1696) Jan maakt direct gebruik van zijn schaarrecht op de Meent. Hoeveel vee hij bezit is niet na te gaan, wel zijn aankoop van vee.

Hij koopt op zaterdag 26 maart 1718 een pink voor f 16. en een maand later op dinsdag 19 april twee pinkveerzen voor f 53.10.-. De schaardag valt dat jaar op donderdag 12 mei. Jan en Hendrikje bezitten ook een boerderij, die afkomstig is van de in 1700 overleden Pieter Cornelisz Decker. Waarschijnlijk heeft Hendrikje die geërfd, hoewel haar moeder pas in 1728 overlijdt. Verder heeft het echtpaar in 1720 tenminste 2 schepel bouwland, dat in 1720 als onderpand voor een lening dient. Dit bouwland, genaamd 'de Vrijhoeven', lag niet in de Eng want het was niet belast met koptienden. (3) Bij gebrek aan voldoende hooiland, pacht Jan in 1718 't Westeijnde van de Meentdijk voor f 31.17.04. (De pacht komt overeen met een vergelijkbaar hooiland van ca. 3 ha, of Jan meer pachtte is niet na te gaan) Het zijn beroerde jaren, niet alleen voor Jan, maar ook voor de overige Blaricumse scharende erfgooiers. De bekende Huizer Schepen Lambert Rijksz Lustigh heeft ook de lotgevallen van de toenmalige Blaricumse bevolking beschreven. Zo heeft hij de runderpest in Blaricum gedurende de jaren 1713/22 vastgelegd, waarbij alleen in dit dorp 69 'koebeesten' omkwamen. Hij noemt met naam en toenaam de het aantal stuks vee dat ze verloren. Ook schrijft Lustigh over de slechte kwaliteit van het hooi in die jaren, hij heeft het over: "stinkende dampen en roodachtig gebrowid hooi".

Het echtpaar Jan en Hendrikje krijgt hun eerste kind. Op vrijdag 14 oktober, wordt in het R.K. doopboek te Blaricum ingeschreven: "Guilielmus, zoon van Jan Willemsz en Hendrikje Pieters". Doopgetuige is Hendrikje Claes. Lang heeft deze Guilielmus (roepnaam Willem) niet geleefd. De 28 juli 1719 staat in de Impost op begraven: "Een kind van Jan Willemsz ....... pro deo". Een aantal jaren later wordt het naamgenootje geboren, dat onze voorvader zal zijn en vernoemd is naar Jan's vader 'Willem'. Hun tweede kind wordt gedoopt 13 november 1719. Hij wordt vernoemd naar de Hendrikje's vader 'Pieter', zoals de traditie het voorschreef. (4) Dit keer was Geertje Jans doopgetuige.

DE BEENAMPUTATIE VAN DE SCHOUT.

Het schoutsambt in Blaricum werd generatieslang uitgeoefend door de familie Duurkant (Duerkant). Vanaf 1696 tot 1721 was dat Aaron Duurkant. Tijdens de 'Regtsdagen' hield hij zitting samen met twee schepenen. In de schepenboeken staan de verslagen van de rechtzittingen ingeschreven. In 1719 was er grote consternatie in het dorp. De tijdgenoot Lambert Rijksz Lustigh beschreef in zijn kroniek wat er plaatsvond.

"Anno 1719 den 27e april op donderdagh namiddagh ontrent ten een uer doen wert Aaron Duerkant, schout tot Blaricum, door den heer medicus van Borsselen sijn regter been ontrent drie vingerbreet beneden sijn knie afgeset.

Deze voornoemde Schout hadde ontrent een Jaar te voeren onder het holle van sijn voet een sweer geswel gekregen, daar over meesters gingen van ons dorp Huijsen: Lucas de Swart met sijn zoon Klaas de Swart, die niet en vorderden, maar eijndelijk bevonden dat het voorz. sweer geswel, dat ontrent soo groot als een perchschuts was, de kancker was, waarom hij resolveerde omhet zelve te laten uijtsnijden, 't welck bij een meester van Amsterdam gedaan wiert, dogh dat geluckte niet wel.wierom de voorz. meesters van Huijsen wederom aen 't meesteren gingen ende den tijt van 21 weeken gemeestert hebbende, bevonden wederom dat het niet en beterde, maar van dage tot dage met groote pijn arger wordende, ende de wonde swaarlijck beginnende te stincken, soo wierde den voorz. schout sijne huysvrouw ende kinderen en hare vrienden, en ook de voorz. meesters met hem seer verlegen, waarom sij alle, ende met meester doctoer Clement van Hilversum te rade wierden om de voorz. Mr. van Borselen van Amsterdam, hebbende in Huwelijk een dogter van Mr. Pieter, aldaar te ontbieden de welcke ook op den voorz. 27 april quam en met sigh sigh brengende eenen Mr. Thomas Kraan, een out man van tseventig jaren, hebbende voortijts meester tot Hilversum geweest.

Ende ten dage voorz., soo quamen noch veel meer meesters daarbij soo van Naarden, als van onze Goysche dorpen om nu de zaken van 't afsetten te sien. ende nadat Mr. van Borsselen met Mr. Thomas en met Mr. Clement ’t samenraat gehouden hadden wegens het gevaar waar in den voornoemden pacient was, soo vonden sij goet, om met wille en begeerte van voorz. pacient sijn vrouw, kinderen en nabestaande vrienden ende met de aanroepinge van Gods naam sijn been af te setten. Hier op soo knielde men voor den Hoogen Godt en quam Gerard Ploos, predikant van Blaricum, eens kragtige voorbiddinge te doen ende terwijl de snaren bij de voornoemden Mr. van Borsselen wierden gespannen en wel onderbonden, soo quam den roomschen papa van Blaricum genaamt den Ruijter veele troostelijke woorden aen den schout toe te spreken.

Ende na dat alles wat tot het afsetten dient bij van Borsselen gereet was, soo nam de voorz. van Borsselen een krom mes, ende sneed daar mede ontrent drie vingeren breet beneden sijn knie het vel en vleesch rontom sijn been af. En doen nam hij een fijn stalen zaagje en zaagje (lees zaagde) met korte sneejets voorsigtigh het been af. Ende terwijl dit geschiede, soo bloede de wond weijnigh en den voorz. pacient kermde terwijl dit geschiede wel wat, gelijk men dencken kan, maar hij houde hem geheel hertigh. Ende soude het in 't zagen noch minder zeer gedaan hebben, indien de pezen met het mes wat beter afgesneden waren geweest. Voorts verbonde de voorz. medicus sijn knie zubiet, en wel goet. Ja voort wiert den pacient sijn afgesette been in een kleijn kisje gedaan en den

koster van Blaricum Mr. Cornelis Adriaens, die bragt hetselve been in 't kisje in de kerck in den Schouten-graft.

Den voorz. schout A.G. Duijrkant was juist 42 Jaren out doen sijn been afgeset wierde. Voorts loefde en danckte men Godt voor de geluckige cencure. De eerste nagt hadde hij wat pijn, kon niet wel slapen. Op den derden dagh begon de wonde te stincken, een goed teken. Voorts gaat het van tijt tot tijt seer wel met hem ende is jegenwoordigh den 25 Julij 1719 genoegsaam genesen, sal haast op een houten been gaan.

In de marge: Anno 1719 op Sondagh voormiddagh den 27 augustus doen gingh Aaron Gerrits Duijrkant op een houten been in de Blaricummer kerck te kercken ende onse domene Sprenger juijst daar na predikende, die quam voor de schout een hartelijke dancksegginge te doen, want het was den voorz. schout sijn eerste maal na het afsetten van sijn been".

Aaron Duurkant overleefde de amputatie uitgevoerd door de chirurgijn niet lang. De allerlaatste akte die hij tekende was gedateerd 13 januari 1721. Uit de impost op begraven blijkt, dat hij omstreeks 27 januari 1721 is overleden.

JAN WILLEMSZ IN DE PROBLEMEN.

In 1719 blijkt dat Jan te veel hooi op z'n vork genomen heeft bij het opzetten van zijn boerenbedrijfje. Hij moet zich, volgens het 'Regtboek', op maandag 1 mei verantwoorden, omdat hij de pink en twee pinkveerzen niet volledig heeft afbetaald. Maandag 12 juni moet hij weer op de 'Regtdag' verschijnen. Nu gaat het om een achterstallige pachtbetaling "Wegens pagt Westeijnde Meentdijk".

Ondanks de financiële problemen stelt "Jan Willemsz Goijer" zich dat jaar als borg. Hij doet dit voor Jan Gerritsz van Oosten, wanneer die 'de elfde schoof van het vierde blok van de Bouwvenen' pacht. 5] De geldproblemen groeien Jan Willemsz blijkbaar boven het hoofd. Op 9 december 1720 sluit Jan een lening af van f 200.-. Als onderpand stelt hij "seecker Huijs en erve staande en gelegen binnen desen Dorpe naast Willem Jacobsz Boer ten suyden. Item drie spint boulant, gelegen als voren, belent het huijs van Jan Fransz. Laastelijk 1 ½ schepel lant, gelegen in de Vrijhoeven naast Lambert Harmensz". De hoeveelheid bouwland is gering, als aanvulling pacht Jan Willemsz in 1721 "de elfde schoof van het 4e blok van de Bouwvenen" voor f 18.10.-." Dat wil zeggen, hij pacht het recht om iedere elfde schoof koren van het bouwland van het 4e blok te halen. Net als de meeste erfgooiers uit Blaricum pacht Jan hooiland in Eemnes. Het hooiland is daar vruchtbaar, omdat de Zuiderzee daar iedere winter een laagje klei afzet. De pachtprijzen zijn dan ook hoog, voor 7 1/2 'dammaaten' (ca. 4 1/4 ha) moet Jan als pacht in 1721 betalen f 81.17.08. Bovendien pacht hij dat jaar nog de Veendjk voor f 44.12.08. Enkele jaren later heeft hij de totale pacht nog niet betaald. In 1722 "pagt Jan Willemsz de Goier" weer hooiland. Nu blijkbaar in Blaricum, namelijk : "Het Oosteijnde van de Meentdijk" voor f 42.10.-, "De gemene Maat aan de Westsijde" voor f 16.14.12 en "Aan de Oostsijde van de Duijker" voor f 17.10.10. Gezinsuitbreiding vindt ook plaats in 1721, op 5 november wordt in het R.K. doopboek bijgeschreven: Guilielmus, zoon van Jan de Goijer en Hendrikje Pieters. Als doopgetuige treedt op schoonzuster Gijsbertje Rijken, die met Gijsbert de Goijer (Jan's broer) is getrouwd. Deze Guilielmus is onze directe voorvader, zijn roepnaam is Willem.

JAN WILLEMSZ ALS GEDAAGDE.

Wederom moet Jan Willemsz in 1722 enkele keren als gedaagde verschijnen op de Regtdagen van 28 september, 12 oktober en 2 november. Ook ditmaal gaat het om achterstallige schuld, nu aan Gerbrand Hogenbirk. Deze Hogenbirk is blijkbaar wagenmaker. Hij heeft aan Jan Willemsz geleverd 4 nieuwe 'raaden' en zal er nog twee leveren. Ook heeft Hogenbirk een paard geruild tegen tien vimmen riet van Jan Willemsz. Het riet was afkomstig van "het rietveld agter Gerrit Visser". Jan had dit van 1727 tot 1731 gehuurd voor f 4. per jaar van Gerrit Borssen Boor, "Coyman tot Emenes". Volgens deze akten bezit Jan reeds in de jaren 1717/ 1718 over een paard en een wagen. Naast het bedrijven van veeteeld en landbouw, maait Jan dus ook grote hoeveelheden riet. (Een vim is 104 tot 120 schoven riet) Jan gaat in 1722 ook naar 't boelhuys van Jan Stam in Eemnes binnendijk en koopt daar een pink voor f 16.05., maar betaalt niet direct. De kindersterfte in die tijd is groot. Jan en Hendrikje verliezen 9 juni 1723 weer een kind. Jan moet aan Impost voor het begraven van het kind f 3.- betalen. Zowel aan de impostaanslag als aan andere uitgaven is te merken dat het Jan wat beter gaat. Hij koopt 15 maart 1723 van Claas Jochemsz een stuk land van 1 1/2 schepel, gelegen aan het Naarderhoogt voor f 14.05.. De belendende eigenaren zijn de weduwe van Hendrik Puyk ten oosten en burgemeester Nagtglas van Naarden ten westen. Door deze aankoop komt Jan Willemsz persoonlijk voor het eerst voor in het koptiendenkohier nr. 269 van 1723, met de vermelding op folio 168: "1724 Jan Willemnsz Gooijer van Klaas Jochemsz fol. 55 te stellen op 2 1/2 Cop". (deze 2 1/2 Cop was de hoeveelheid koren waarvoor hij werd aangeslagen en die wederom in de zakken van o.a. de rijke regentenfamilie Hooft vloeiden) Het overige bouwland door Jan gebruikt en voor een deel als onderpand voor een lening gesteld, stond nog in het Koptiendenkohier op naam van de weduwe van Pieter Cornelis (Decker). Het was op dat tijdstip mogelijk geerfd door Jan's vrouw Hendrikje.

Op 2 september 1724 wordt Maria, dochter van Jan de Goijer en Hendrikje Pieters ingeschreven in het R.K. doopboek. Doopgetuige is dit keer Geertje Jans. Deze eerste dochter is vernoemd naar Mary Jans, de moeder van Hendrikje. Geertje Jans is mogelijk een tante van Hendrikje.

Enkele maanden eerder op 12 juni 1724 moet Jan weer als gedaagde op de Regtdag verschijnen. Vermeld staat: Willem Verweij in qual. als Schout en gaardermeester over Emenes, Eijss. Contra Jan Willemsz de Goier woonende tot Blaricum ged. Wegens achterstallige pacht:

2 1/2 damm. in Geun en Metjes Maath van Juffr. Duurkant: voor het jaar 1721 f 48. 2. 8 5 damm. in Jaap Beersens erff van Maritje Reus: voor het jaar 1721 f 33.15. 0 De Veendijk: voor het jaar 1721 f 44.12. 8 Het Oosteinde van de Meentdijk: voor het jaar 1722 f 42.10. 0 De gemene Maat aan de Westsijde: voor het jaar 1722 f 16.14.12 Aan de Oostsijde van de Duijker: voor het jaar 1722 f 17.10.10 -----------

Sulks te saame een somma van: f 203. 5. 6

Opvallend zijn de hoge pachtprijzen van het hooiland in Eemnes vergeleken met de lage waarde van het zanderige bouwland in de Blaricummer Eng. Jan heeft deze forse schuld toch weten in te lossen,

want geen enkel onderpand, zoals zijn woning of bouwland wordt geveild. Toch verschijnt hij op 3 december weer op de regtdag te Laren. Nu is het Jacob Jansz Swart contra Jan Willemsz de Goijer, wegens elf guld's, vier stf., 4 penn. volgens ...... afgeleverde winkelwaren, vercogt en geleverd in 1723. Het is overigens niet ongewoon in deze periode dat Jan Willemsz het ene gat met het andere moet vullen. Hij is de enige niet en zelfs de rijke regenten betalen nooit op tijd. Achterstalligheid bij de uitbetaling van soldij aan soldaten en matrozen kwam ook veel voor. De rechtboeken van Laren en Blaricum zijn gevuld met vorderingen op de plaatselijke bevolking. Voor de Schout betekende deze 'Regtdagen' een aardige bijverdienste. De kosten bij het opmaken van een eenvoudige akte waren behoorlijk hoog en zodoende behoorde de Blaricumse Schout tot de plaatselijke grootgrondbezitters.

Voor deel 2 zie vervolg

F.J.J. de Gooijer

Startpagina: http://gooijer.nl.jouwpagina.nl




Gooilandkaart 1723 (Walraven)


Blaricum en Laren op de kaart van 1723


De Goijer Gracht en Bouwvenen (grenskaart 1719)


Gezicht op Blaricum vanaf de Tafelberg


RK. Doopboek Blaricum 16-06-1685 tweeling Joanna en Merrtije. Vader Willem Ellertzen. ( Joanna moet zijn Joannes) Deze Jan Willemsz de Gooijer was in 1734 omtrent 50 jaar.


Artikel links



Geplaatst op 07 februari 2015 16:06 en 3880 keer bekeken



Deel dit artikel via:





_
R
eacties van leden


Je reactie
Naam   Gast
Reactie   
  _
Captcha_Beveiligingsvraag

Welk dier is dit?
_





_
Ofsen  
07 feb 2015 16:27
wat een lang artikel. een goede inkijk in het verleden. wat kun je ver terug in de tijd Frans. mooi die oude prenten over de steden van toen.

Gooilander  
07 feb 2015 22:54
Dag Rene,

Dit was pas DEEL 1
groet
Frans
_