Klik voor een vergroting
1
Een stoffige akte
Bij het overlijden van mijn grootmoeder in 1956 kwamen uit de linnenkast een aantal oude koopakten te voorschijn. Enkele daarvan hadden betrekking op haar boerderij in de Pijlstraat/Gansoordstraat te Naarden. De oudste akte uit 1792 evenwel, handelde over de koop van een schuur aan de Wuyvert. Deze laatste akte intrigeerde mij om verschillende redenen. Allereerst waren de archieven in de vijftiger jaren niet echt openbaar, nooit had ik zo’n akte in mijn handen gehad. Echter, trof vooral uit de tekst het verfoeilijke standsverschil, een vorm van discriminatie. Inmiddels is duidelijk , dat de Hollandse ’’Gouden Eeuw” slechts voor de upper ten bestond.
Later heb ik geprobeerd deze akte, waarvan er qua inhoud wel duizenden bestaan, te ontleden. Hieronder staat de tekst van de akte, gevolgd door bijzonderheden over de voorkomende personen en de situering:
Transport De Heer Anthonij van Leeuwen
Wij Mr. Gerrit Corver Hooft, Bailliuw en Dijkgraaf van Goijland, en Schout, mitsgaders Jan de Vriesse en Willem Poele, Scheepenen in Naarden, tuygen en oorkonden dat voor ons gecompareerd is Monsieur Evert Jopman, woonagtig binnen deeze Stad . En verklaarde hij Comparant verkogt te hebben en ingevolge van dien mitsdezen te Transporteren aan de Heer Anthonij van Leeuwen, meede alhier wooagtig, Een Schuur met desselfs Erf, staande en geleegen binnen deeze Stad op de Wuyver, belent een gemeene steeg ten Noordwesten, Ephraim Ysaks ten Noordoosten, en Harmen Beukes ten Zuydoosten, belast in de ordre Verponding met f 0.6.- en in de put, emmer en straatgeld meede ordre met f 0.4.1. Het afdakje, dat Harmen Beukes tegen deeze schuur gemaakt heeft, staat daar tegen aan precario, en zal het derhalve aan de vrijheid van den Cooper staan of het zelve daar mog blijven of weder weggenomen moet werden; Voorts met Zoodanige regten en Servituyten als het voorn. Perceel is hebbende en Lijdende.
Bekennende ten aansien van de Cooppenningen, ter Somma van f 237.10.- volkomen voldaan en betaalt te wezen, beloovende oversulx het voorn. getransporteerde te zullen vrijen en waaren, na regt en costumen dezer Steede, en onder verband als na regten.
Ten oirconde is de Minute dezes bij Schout en Scheepenen voornt. Onderteekend den 20 Junij 1792.
In kennisse van mij
Hendr. Thierens Aj. Sectet_s
Solvit Xlpen f 5.18.12
f 0.11.14
Solvit f 2.19. 6
_____________________________________________________
De maatschappelijke ladder
Einde 18e eeuw was het standsverschil in de Republiek der Nederlanden op zijn toppunt. Ofschoon de Hollandse feodale adel sinds de 16e eeuw geen rol van betekenis meer speelde, was de arrogantie die hen eigen was niet uitgestorven. Een nieuwe stand kwam bovendrijven om hun plaats in te nemen. Omhoog gevallen burgers matigden zich allerlei protserige titels aan door de koop van Heerlijkheden. (landgoederen) waaraan zij ook macht ontleenden over de lokale bevolking. Zij keken neer op iedereen, die niet tot hun “clique” behoorde. Rijke gezeten burgers, die niet waren opgenomen in de oligarchie, zetten zich op hun beurt af tegen de gegoede middenstand. Iedereen kende de afbakening van zijn stand tot de groep beneden zich. Logisch dat het standsverschil steeds verder naar onderen werd voortgezet. In zijn boek “Ferdinand Huyk” licht Jacob van Lennep dit als volgt toe:
“ De titel van Mijnheer werd in die dagen alleen aan aanzienlijken gegeven; deftige leden uit de burgerstand heetten Sinjeur; en men zeide Monsieur tegen de zodanige, voor wie bovenstaande benamingen nog te verheven waren. Met Mevrouw, Mejuffrouw en Mademoiselle was het ongeveer hetzelfde”.
In de opsomming ontbreken de laagste standen. De gewone man werd alleen bij z’n voor- of achternaam genoemd. De allerarmsten kregen bij het overlijden in de Impost registers helemaal geen naam, men volstond met “ een arme vrouw … pro deo”
Ieder in zijn stand
Het standsverschil in de akte van hoog tot laag was als volgt:
1. Mr. Gerrit Corver Hooft, Bailliuw en Dijkgraaf van Goijland, en schout, behoorde tot de oligarchie. Tot zijn bezittingen behoorde ook het buitenhuis Gooilust te 'sGraveland. Mogelijk liet hij in de aanhef wat titels weg, het ging pert slot van rekening maar om een schuurtje. Een voorganger en familie van hem, begon een akte met de mondvolle aanhef:
“Den Wel Edele Gestrenge Heer Daniel Hooft Gerritsz, Vrij-Heer van Vreeland en Drossewaart/mitsgaders Schepen en Raad der Stad Amsterdam Ect. Etc. Als Erfmaarschalk en Eijgenaar van de Koptienden … “
2. Hendrik Thierens, de Adjunct Secretaris, behoorde tot de plaatselijke regentenfamilie. Enkele eeuwen lang zat deze familie op de bestuurskussens als burgemeester of in andere functies. Bovendien bezaten zij allerlei lucratieve maatschappelijke baantjes.
3. Heer Antonij van Leeuwen was een rijke burger, mogelijk verwant aan de Naardense burgemeester Cornelis van Leeuwen. Het beroep van deze Cornelis was ’’glazemaker” en “schilder”. Een bewijs voor de armlastige toestand in het Naarden van het einde van de 18e eeuw. In rijkere Hollandse steden werden schilderspatroons nooit burgemeester.
Anthony was in 1785 bij de schutterij in de rang van vaandrig, net als de 26 jarige regentenzoon Johannes Thierens. In 1789 trouwde de weduwnaar A. van Leeuwen met Maria Piek. Uit zijn eerste huwelijk had hij een minderjarige dochter.
In 1795 werd de Bataafse Republiek uitgeroepen. Het “revolutionaire” bestuur liet alle tittels vervallen. Iedereen werd voortaan aangesproken met “Burger”. Zodoende heerste er althans in NAAM: Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap. Anthony erfde in 1797 een huis, hij en de voormalige andere ’’Heeren” werden in de akte nu Burger genoemd. Genoemd ’’Huys en Erve met Tuyn en Werkhuys” werd reeds door hem bewoond. Het perceel was gelegen aan de Marktstraat en kwam uit op de Wuyvert. Lang kon hij niet genieten van zijn erfenis, want 12 augustus 1801 overleed hij. Negen dagen tevoren maakte hij zijn testament, kennelijk op zijn ziekbed. Zijn laatste handtekening was slordiger dan zijn voorgaanden. Veel liet hij niet na, want bij de Impost op begraven betaalde zijn weduwe slechts f 3.-, hetzelfde bedrag als gewone burgers.
4. Ephraim Ysaaks, een Hoogduitse Jood, trouwde in 1765 voor de Municipaliteit (het stadsbestuur) met Hilletje Abrahams. Beiden maakten in 1773 een testament , daarin werden zij genoemd: “de Heer Ephraim Ysaaks en Juffrouw Hilletje Abrahams””. Bij de notariële akten van later datum bleef het “Heer” en “Jufrouw” achterwegen.
Ephraim was in zijn gemeenschap een gerespecteerd man, hij had de erebaan van Directeur van de Portugeese Synagoge. Zijn hoofdberoep: Houder van de Bank van Lening , maakte hij in 1787 geschiedenis.
In genoemd jaar vielen de Pruisische troepen, op verzoek van Willem V van Oranje, de Nederlandse Patriotten aan. Toen de Pruisen Naarden naderden, vluchtte Ephraim Ysaks naar Amsterdam. Het gevolg was dat veel soldaten van het garnizoen zonder uniform zaten, omdat zij die bij Ephraim beleend hadden.
Ephraim en Hilletje keerden na het vertrek van de Pruisen terug naar Naarden. Bij hun laatste testament in 1796, was hij “Siekelijk van Lighaam, dog de testateur (Hilletje) gezond”. Drie weken later overleed Ephraim.
5. Jammergenoeg komt in deze akte een “Sinjeur” voor. Wie in Naarden tot deze stand werd gerekend is nog niet bekend.
6. Monsieur Evert Jopman was lid van de gemeenteraad en van beroep voerman. Hij trouwde in 1768 met Jannetje Croese. Bij de verponding van de 100e penning werd hij aangeslagen voor f 3.13.-. Ter vergelijking : Jac. H. Thierens werd aangeslagen voor f 237.5.4. Jopman woonde in de Marktstraat naast Anthony van Leeuwen. Zijn laatste beroep was kastelein. Hij stierf in 1798 op 69 jatrige leeftijd, zijn erfgenamen betaalden aan Impost f 3.-
7. Harmen Beukes behoorde waarschijnlijk tot de “gewone man”. Zijn beroep in 1792 was onbekend, zijn weduwe stond later vermeld als winkelier. In 1791 trouwde Harmen met Cornelia van Lee voor de Municipaliteit. Dit was verplicht, omdat zijn Katholiek huwelijk, in tegenstelling tot Gereformeerd, niet door de overheid werd erkend. Zijn kinderen werden R.K. gedoopt, een ervan overleed in deze periode. Opvallend is, dat dit kind evenals Harmen in de protestante Grote Kerk werd begraven. Mogelijk bezat het gezin Beukes daar een familiegraf, want het gewone volk werd meestal begraven op het kerkhof rond de Grote Kerk. Voor zijn overleden kind betaalde Harmen f 3.- . Weduwe Cornelia overleefde haar man vele jaren. Volgens het eerste kadaster uit 1832 woonde zij nog op hetzelfde adres als vroeger. De overige buren waren al lang overleden. Het huis van Ephraim werd nu bewoond door Izaak Palache en de schuur was van Gijsbert Vuijst.
----------------------------------------------------
De ligging van de schuur is terug te vinden op de kadasterkaart uit 1832. De Wijde Marktstraat heet thans Raadhuistraat. Op de bijbehorende “Oorspronkelijke Tafels, sectie G” staan de eigenaren van de percelen:
G 323 Palache, Izaak - beroep Voorzanger - huis …….. 23 ca
G 324 Palache, Izaak - beroep Voorzanger - huis + tuin 94 ca
G 325 Beukes , wed. Harmen - winkelier - huis + erf 161 ca
G 326 Vuijst, Gijsbert - schuur + erf 161 ca
________________________________________________
F.J.J. de Gooijer
Startpagina: http://gooijer.nl.jouwpagina.nl