Klik voor een vergroting
1 GOOISE ACHTERNAAM
Vele achternamen ontstonden uit patroniemen, zoals Janzoon(Jansen) en Pieterzoon (Pietersen). Deze namen ontwikkelden zich in verschillende streken onafhankelijk van onderlinge familiebanden. Daarom komen deze namen veelvuldig voor en zijn niet terug te voeren tot een familie.
Verder bestonden er veel andere toenamen, die tot een achternaam leidden. Ook werden mensen vernoemd naar de streek waar zij vandaan kwamen. Zo kreeg een familie uit 't Gooi de naam 'de Gooijer'. Deze naam werd niet pas aangenomen in 1811, toen onder Napoleon een vaste familienaam verplicht werd gesteld. In de middeleeuwen waren er reeds personen met de naam 'de Gooijer'. Sommigen bleven deze naam voeren, anderen namen tussen de middeleeuwen en 1811 een andere familienaam aan.
Een naam bezitten, in de middeleeuwen tot midden 17e eeuw, duidde op een zekere welstand. Deze groep was in de genoemde periode maar klein. Mogelijk stammen veel 'de Gooijers' daarom af van één voorouder. Talrijker waren de bezitlozen, welke tevens naamlozen waren. Zij kwamen niet voor in de boeken van de belastinggaarders, het op één na oudste beroep.
(overigens bevatten de belastingboeken, als enige eeuwenoude bron, de volledigste overgeleverde gegevens van onze overleden voorouders. Soms bekruipt mij de angst ooit nog eens een navordering te krijgen over het inkomen van een middeleeuws familielid)
_______________________________________
HET EERST BEKENDE 'GOYERS KIND'
'Onze' familie 'de Gooijer' woonde waarschijnlijk al in de middeleeuwen in 't Gooi. Een bewijs daarvoor was het erfgooiersschap dat onze 'de Gooijers' bezaten. Erfgooiers behoorden tot de oorspronkelijke Gooise bevolking. Van vader op zoon erfden zij het gemeenschappelijk vruchtgebruik van de Gooise heiden, weiden en bossen. Het lot van onze Gooise familie bleef, tot de opheffing ca. 1973, verbonden met het instituut van de erfgooiers, Stad en Lande van Gooiland. Onze voorouders droegen in de late middeleeuwen de naam 'van der Graft'. Jan Graft Elbertsz en zijn zoon Jan Graft Jansz kwamen zelfs voor in een proces voor de Grote Raad van Mechelen (1561). De naan Van der Graft stamde mogelijk af van het grote landhuis De Graft, dat gelegen was te Blaricum aan de 'Gooijersgracht'.
Deze 'graft' (= gracht) was voor 1535 gegraven als grensscheiding tussen 't Gooi en 't Sticht. Eerst genoemde streek behoorde tot het Graafschap Holland, de laatstgenoemde tot het middeleeuwse Bisdom Utrecht. Beide kleine vorstendommen beoorloogden elkaar in de middeleeuwen.
Ook binnen het Graafschap Holland werd gevochten, n.l. tussen Graaf Floris V en zijn vazal Gijsbrecht van Amstel. Floris werd in 1296 door zijn ondergeschikte edelen ontvoerd en gevangen gezet in het Muiderslot. De edelen probeerden hun gevangene elders heen te voeren. 'De Gooiers' poogden Floris, 'der Keerlen God' te bevrijden. De in het nauw gedreven edelen vermoordden hem echter voordat hij door hen ontzet kon worden. De dichter Vondel maakte in 1637 een toneelstuk over de gevolgen van de strijd tussen Gijsbrecht en zijn leenheer Floris. De dichter koos partij voor Van Amstel, want het stuk werd opgevoerd voor 17e eeuwse chauvinistische Amsterdammers.
Van Amstel's kasteel stond in de middeleeuwen aan de rivier de Amstel, waarin Gijsbrecht's onderdanen een dam hadden aangelegd. Uit deze rivierdam ontstond Amsterdam. In het drama van Vondel, waren de Amsterdammers de slachtoffers. Als boosdoener bedacht Vondel de spion Vosmeer, die een geboren Gooier was. Hij stond in dienst van degenen die de moord op Floris V wilden wreken. Deze spion bracht het middeleeuwse Amsterdam tot de ondergang door brandstichting.
Het hele verhaal berustte op fantasie, maar wees wel op de rivaliteit tussen Amstelland en 't Gooi. Hoe Vondel, zich deze Gooier voorstelde, bleek uit de scène waarin Gijsbrecht de gevangen spion ondervroeg. Op de vraag wie hij was en waar hij vandaan kwam, gaf Vosmeer uitgebreid antwoord. Hij begon te zeggen, dat hij een 'Goyers kind' was en in Laren opgevoed. Daarna somde hij al zijn tegenslagen uit zijn verleden op.
---------------------------------------------------------------
GEDICHT VAN VONDEL
-----------------------------------------
Gijsbrecht van Amstel:
"Wat zijtghe voor een gast ?
of in wat land geboren ?"
Vosmeer:
“Ick ben een Goyers kind,
vervallen in Gods tooren
te Laren opgevoed, 'k ontliep mijn 'ouderen vroegh.
Mijn vader viel me hard, want ickme paslijck droegh.
'k Heb al mijn leven lang gevolleght vreemde Heeren,
En buiten moeten t'geen ich t'huis niet woude leeren.
De bittere armoede heeft mijn herssenen gewet.
'k Heb menigh stuck verziert, en 't lijf daer na geset,
Om door een braeve daed of aenslagh op te reacken,
En door een anders scha eens mijn fortuin te maecken:
Maer altijd heeft ze mij den rugge toegewent;
Doch noit zoo dwars als lest, het noodlot, ick beken 't,
Is stercker dan de mensch, of zijn geboortestarre.
En of ons brein yet bouwt, dit stoot het al om verre,
Met eenen dartlen voet, met wat een listigheyd,
Met wat een 'rijpen raed was d'aenslagh aengeleit,
Om te vermeesteren uw lang bestormde muuren,
Zoo Vosmeer na zijn 'zin dat schip had mogen stuuren,
Gelijck het bij hem lagh, zij hadden, het is waer,
Gewonnen in een uur door list, dat in een jaer
Door uiterlijck geweld noch stormen werd verovert.
Het schijnt dat d'oversten verblind zijn en betovert".
_______________________________________________
MEERTENSINSTITUUT
Gooijer, de (y)
verklaring:
Persoon afkomstig uit het Gooi.
naamsvermeldingen en literatuurreferenties:
• "'Ick ben een Goyers kind, vervallen in Gods toren!' riep Vosmeer drie en een een halve eeuw geleden vanaf de planken en zijn nakomeling staat nog steeds op het toneel. De plaats waar deze laatste zich gewoonlijk pleegt op te houden is kenmerkend voor de meeste naamdragers van de naam Gooyer en De Gooyer. We vinden ze namelijk in hoofdzaak in de regio Amsterdam en in de omgeving van Het Gooi" [Rentenaar-1990, p 76].
• "Omstreeks 1590 verhuisde ene Jacob Jansz van der Graft van Blaricum naar Naarden. Zijn achternaam kan in verband gebracht worden met 't Slot te Blaricum dat in die tijd bekend stond onder de naam De Graft. Het Slot was een aanzienlijk huis dat in de Bouwvenen aan de Gooiersgracht stond. (...) De eerste eigenaar was de Amsterdamse burgemeester (1483) Dirck Heymansz Ruysch. Naar hem werd later het huis Ruysdael genoemd. Bij het huis hoorde een pachtboerderij (...). In 1722 wordt alleen nog de pachtboerderij genoemd. Om die boerderij gaat het nu, want waarschijnlijk stamt de familie Van Ruysdael af van een van de pachters van De Graft of Ruysdael. Terug naar Jacob Jansz met de toenaam Van der Graft, die uit een Blaricums geslacht van dorpsnotabelen stamde. Toen hij zich omstreeks 1590 in Naarden vestigde, nam hij de naam De Goyer aan. (...) Waarschijnlijk werden zijn zonen Jacob, Hermanus, Gerrit, Pieter, Salomon en Isaac geboren in zijn huis in de Peperstraat. Na het overlijden van hun vader in 1616 vertrokken Salomon en Isaac naar Haarlem. Het huis in de Peperstraat bleef bewoond door de oudste zoon Jacob Jacobsz (ca. 1594-1656) (...) (In 1620) staat hij geregistreerd als schepen van de stad. Bij zijn nieuwe status hoorde ook een nieuwe naam en vanaf die tijd noemde hij zich Jacob van Ruysdael. Salomon en Isaac namen in Haarlem in navolging van hun oudste broer ook de naam Van Ruysdael aan. Het is duidelijk dat deze naamsverandering in verband stond met hun afstamming van een van de bewoners of pachters van het huis Ruysdael. Mogelijk diende de nieuwe naam ook ter onderscheiding van de overige familietakken. In Blaricum splitste het geslacht Van der Graft zich bijvoorbeeld onder meer op in de Rooms katholiek gebleven families De Goijer en Creijnen. Salomon van Ruysdael werd in 1623 opgenomen in het Haarlemse schildersgilde." Isaac was de vader van Jacob van Ruisdael (1628-1682), de beroemde landschapsschilder (die zijn naam altijd met -ui- schreef). Broer Pieter vestigde zich onder de naam De Goyer in Alkmaar. Een nakomeling van broer Gerrit Ruysdael verbleef nog in Naarden: Jan Aertsz Ruisendaal, ovl. 1727
[F.J.J. de Gooijer, 'De schildersfamilie (Van) Ruysdael uit Naarden' in: De Omroeper. Historisch tijdschrift voor Naarden 14 (2001), nr 1, p 31-36;
vgl. P.W. Vrijlandt, 'De eigenaars bewoners van het Slot Ruysdael', in: TVE 5 (1975)].
Typ in dit zoekveld een (bibliografische) afkorting of een (tijdschrift)titel die u mogelijk in bovenstaande tekst hebt aangetroffen, bijvoorbeeld: geb., Jb.CBG, Brouwer-2001, Boerderijen Beerta, Aardenburgse poorters of Verleden Tijdschrift. Zo vindt u de bijhorende woorden en titelbeschrijvingen, alsmede (adres)gegevens van periodieken, instellingen en verenigingen.kenmerken: herkomstnaam oude spelling
specifieke componenten: erdeij-y
vergelijk: Gooijer (y)Gooijert, de (y)Goeijer, de (y) varianten en/of samenstellingen: De Goeijer, Goeijers, Goejer, De Goij, Goijer, De Goijer, Goijert, Goijjer, De Gooier, Gooijer, Gooijers, Gooijert, De Gooijert.
Verschillende van deze vormen kunnen echter een variant zijn van Goijarts.
aantal naamdragers bij de volkstelling van 1947 volgens het
Nederlands Repertorium van Familienamen:
Groningen 1
Friesland 1
Drenthe 9
Overijssel 18
Gelderland 114
Utrecht 240
Amsterdam 162
Noord-Holland 451
Noord-Holland totaal 613
Den Haag 32
Rotterdam 39
Zuid-Holland 50
Zuid-Holland totaal 121
Zeeland 1
Noord-Brabant 19
Limburg 11
totaal1148
kaartweergave
opnieuw zoeken
Achtergrondinformatie
© 2004 Leendert Brouwer, Meertens Instituut
_______________________________________________
F.J.J. de Gooijer
http://gooijer.netfirms.com
Startpagina: http://gooijer.nl.jouwpagina.nl