Delen     Populaire blogs     Volgende blog Ľ
Blog maken     Inloggen
_
_
GOOILAND
Geschiedenis van Gooiland van 900 tot 2007
_
Home__Weblog__Prikbord__Fotoblog__Videoblog__Foto's__Links__Gastenboek__Vrienden__Zoeken__Tip__Login
_

Welkom op mijn Weblog


http://gooiland.vijftigplusser.nl/?page=article&warticle_id=44460



Mijn Profiel

gooilander
Ik ben nu offline

• Mijn profiel
• Privť bericht sturen
• Als vriend toevoegen

Toevoegen als weblog vriend






Zoeken in Google
_



CategorieŽn Overzicht




Laatste Weblog artikelen




Fotoboeken


ERFGOOIERS (89)
_
FAMILIE (1)
_

FAMILIE (2)
_
FAMILIE (1)
_






Weblog Vrienden


Nog geen weblog vrienden toegevoegd.



Gastenboek berichten

David Hughes
20 oktober 2017 07:22
_
Heb je dringende leningen nodig om je financiële problemen op te lossen? Indien geïnteresseerd; neem dan contact met ons op via; E-mail: Paydayloans@li ve.com Telefoon: (512) 850-4970

Lieneke Opmeer
08 juni 2017 10:00
_
Deze pagina kwam tegen toen ik op zoek was naar de familie Majoor en met name Machiel Janszoon Majoor uit Laren. Hij is mijn overgrootvader, zijn dochter Engelina is mijn oma. Ik ben ook vernoemd naar haar. Verder ben ik heel erg benieuwd of er meer informatie over mijn overgrootvader bekend is. lienekeopmeer@ hotmail.com

Hans Klinkenberg
25 maart 2016 20:58
_
Joaox@live.nl




Watskeburt Op 50plusser.nl

Door Marianne om 10:54
_
Nieuwe Reactie geplaatst

Door MARIJ750 om 10:52
_
MARIJ750 Online

Door MARIJ750 om 10:52
_
Nieuwe Reactie geplaatst

Door marlie49 om 10:50
_
Nieuwe Forum reactie geplaatst

Door Ben-53 om 10:49
_
Ben-53 Online

Door Marianne om 10:49
_
Nieuwe Weblog reactie geplaatst

Door nick17 om 10:47
_
Nick17 Online

Door tulpmans om 10:47
_
Tulpmans Online





_

Andere artikelen



RUNDERPEST IN HOLLAND IN DE 17e EN 18e EEUW


Gods slaande hand over Nederland door de pest-siekte onder het rundvee

DE VEEPEST IN BLARICUM

In de 17e en 18e eeuw ondergingen de Blaricummers veel ellende als gevolg van misdadigheden van binnen- en buitenlandse vijanden. Daarnaast vonden er ook natuurrampen plaats. Regelmatig stak de veepest de kop op. Deze virusziekte tastte de ingewanden van de koeien aan. De ziekte kwam in 1713 via Azie en Rusland voor het eerst in Holland aan. De verspreiding werd veroorzaakt door kapitaalkrachtige speculanten, die magere, verzwakte koeien invoerden. Ze werden in de Hollandse vette weiden vetgemest. Jaarlijks kwamen er tienduizenden uit Denemarken. Ze kwamen echter ook per schip uit de Baltische staten, toen een haard van de veepest. In de Nederlanden bestond geen centraal gezag en de havensteden ondernamen niets tegen de grootschalige invoer van de ziekte.

Op het platteland schreef men de ziekte toe aan giftige dampen. Ook Lustigh was daarvan overtuigd en staafde dat met getuigenissen van allerlei slag. Predikanten hielden vanaf de kansel donderpreken. God had deze plaag gezonden om de zondige mens te straffen. De werkelijke boosdoeners bleven echter buiten schot, maar dat werd er niet bij gezegd.

De gewestelijke overheid was zich wel degelijk bewust van het besmettingsgevaar. Er werden plakkaten uitgevaardigd met maatregelen om de ziekte in te perken. Onbevoegden mochten geen besmette stallen betreden. Boeren die vee zonder papieren vervoerden, uit het Sticht van Utrecht naar het Hollandse Gooi, konden rekenen op een hoge boete. Ook Blaricum werd zwaar door deze plaag getroffen. De toen levende kroniek schrijver Lambert Rijcksz Lustigh legde zowel de landelijke als de lokale gevolgen van deze ramp vast.

Van Blaricum beschreef hij zowel het aantal gestorven dieren, als de eigenaren.

Een zekere Tijmen Lambertsz had hem deze gegevens op 10 maart 1714 verstrekt. Hij noemde met naam en toenaam de 16 personen, die in totaal 69 koeien verloren. Allen waren erfgooiers en stamvaders van veel Blaricumse families. De dode dieren werden begraven. Volgens Lustigh, zou er ook vlees van zieke dieren zijn gegeten, waardoor een aantal mensen is gestorven. Het toch al hoge sterftecijfer in dit tijdperk vertoont echter geen pieken rond 1714/1715.

Lustigh beschreef ook hoe er elders in Holland gereageerd werd op de veepest. Aan hem was het volgende verteld:

In de Beemster woonde boer Jacob Beets. Op Pinksterdag 1713 ontdekte hij de ziekte bij twee van zijn zeventien dieren. Dit kwam ter oren van de 'Heeren' bestuurders van De Beemster en Purmerend. Deze ontboden de boer en stelden hem voor al zijn koeien te laten doden tegen een schadevergoeding van f 40.- per stuk. Het was een zware beslissing voor de man, die hij eerst met zijn 'wijf' wilde bespreken. Hij zijn thuiskomst deed hij het voorstel aan zijn vrouw en besprak het ook met de buren. Vooral zijn buren drongen aan het niet te doen. Indien al zijn koeien aan de ziekte stierven, waren de buren bereid hem aan een nieuwe veestapel te helpen. Uit 'geltgierigheijt' ging de man hier niet mee accoord en nam het voorstel van de 'Heeren' aan. Deze stuurden drie mannen, met name Jan Groen, Jan Bol en Jan de Poel, die zich eerst moed in dronken. Eerst haalden ze de nog dartel springende koeien op. De mannen waren in een beschonken toestand en sneden stuk voor stuk de kelen van de koeien door. Daarna gooiden ze die in een diepe kuil. Tijdens het dichtgooien leefden sommige dieren nog.

Lustigh had het er moeilijk mee. Hij eindigde met de woorden:

" 0 Verschrickelijke en Verfoeijelijcke geschiedenissen gedaan in een Lant daar de naam heeft van Wijse Heeren doch het is in des sake geschiet gelijck het spreeckwoort segt als godt een Lant wil straffen soo beneemt hij de Heeren hare wijsheijt".

F.J.J. de Gooijer

Startpagina: http://gooijer.nl.jouwpagina.nl

DE VEEPEST IN BLARICUM

In de 17e en 18e eeuw ondergingen de Blaricummers veel ellende als gevolg van misdadigheden van binnen- en buitenlandse vijanden. Daarnaast vonden er ook natuurrampen plaats. Regelmatig stak de veepest de kop op. Deze virusziekte tastte de ingewanden van de koeien aan. De ziekte kwam in 1713 via Azie en Rusland voor het eerst in Holland aan. De verspreiding werd veroorzaakt door kapitaalkrachtige speculanten, die magere, verzwakte koeien invoerden. Ze werden in de Hollandse vette weiden vetgemest. Jaarlijks kwamen er tienduizenden uit Denemarken. Ze kwamen echter ook per schip uit de Baltische staten, toen een haard van de veepest. In de Nederlanden bestond geen centraal gezag en de havensteden ondernamen niets tegen de grootschalige invoer van de ziekte.

Op het platteland schreef men de ziekte toe aan giftige dampen. Ook Lustigh was daarvan overtuigd en staafde dat met getuigenissen van allerlei slag. Predikanten hielden vanaf de kansel donderpreken. God had deze plaag gezonden om de zondige mens te straffen. De werkelijke boosdoeners bleven echter buiten schot, maar dat werd er niet bij gezegd.

De gewestelijke overheid was zich wel degelijk bewust van het besmettingsgevaar. Er werden plakkaten uitgevaardigd met maatregelen om de ziekte in te perken. Onbevoegden mochten geen besmette stallen betreden. Boeren die vee zonder papieren vervoerden, uit het Sticht van Utrecht naar het Hollandse Gooi, konden rekenen op een hoge boete. Ook Blaricum werd zwaar door deze plaag getroffen. De toen levende kroniek schrijver Lambert Rijcksz Lustigh legde zowel de landelijke als de lokale gevolgen van deze ramp vast.

Van Blaricum beschreef hij zowel het aantal gestorven dieren, als de eigenaren.

Een zekere Tijmen Lambertsz had hem deze gegevens op 10 maart 1714 verstrekt. Hij noemde met naam en toenaam de 16 personen, die in totaal 69 koeien verloren. Allen waren erfgooiers en stamvaders van veel Blaricumse families. De dode dieren werden begraven. Volgens Lustigh, zou er ook vlees van zieke dieren zijn gegeten, waardoor een aantal mensen is gestorven. Het toch al hoge sterftecijfer in dit tijdperk vertoont echter geen pieken rond 1714/1715.

Lustigh beschreef ook hoe er elders in Holland gereageerd werd op de veepest. Aan hem was het volgende verteld:

In de Beemster woonde boer Jacob Beets. Op Pinksterdag 1713 ontdekte hij de ziekte bij twee van zijn zeventien dieren. Dit kwam ter oren van de 'Heeren' bestuurders van De Beemster en Purmerend. Deze ontboden de boer en stelden hem voor al zijn koeien te laten doden tegen een schadevergoeding van f 40.- per stuk. Het was een zware beslissing voor de man, die hij eerst met zijn 'wijf' wilde bespreken. Hij zijn thuiskomst deed hij het voorstel aan zijn vrouw en besprak het ook met de buren. Vooral zijn buren drongen aan het niet te doen. Indien al zijn koeien aan de ziekte stierven, waren de buren bereid hem aan een nieuwe veestapel te helpen. Uit 'geltgierigheijt' ging de man hier niet mee accoord en nam het voorstel van de 'Heeren' aan. Deze stuurden drie mannen, met name Jan Groen, Jan Bol en Jan de Poel, die zich eerst moed in dronken. Eerst haalden ze de nog dartel springende koeien op. De mannen waren in een beschonken toestand en sneden stuk voor stuk de kelen van de koeien door. Daarna gooiden ze die in een diepe kuil. Tijdens het dichtgooien leefden sommige dieren nog.

Lustigh had het er moeilijk mee. Hij eindigde met de woorden:

" 0 Verschrickelijke en Verfoeijelijcke geschiedenissen gedaan in een Lant daar de naam heeft van Wijse Heeren doch het is in des sake geschiet gelijck het spreeckwoort segt als godt een Lant wil straffen soo beneemt hij de Heeren hare wijsheijt".

F.J.J. de Gooijer

Startpagina: http://gooijer.nl.jouwpagina.nl




Runderpest in de Nederland tijdens de 18e eeuw


Artikel links



Geplaatst op 27 maart 2014 15:58 en 4803 keer bekeken



Deel dit artikel via:





_
R
eacties van leden


Je reactie
Naam   Gast
Reactie   
  _
Captcha_Beveiligingsvraag

Welk dier is dit?
_





_
Ofsen  
28 mrt 2014 16:15
dat krijg je als je vee uit andere landen haalt die niet zo nauw kijken op diervoeding en hygiene. veepest is dus van alle tijden. vreselijk hoe ze de dieren de keel doorsneden. ging natuurlijk niet zo netjes in beschonken toestand.

Gooilander  
29 mrt 2014 12:56
Dag Rene,

De zogenaamde kooplieden (zie de Nachtwacht) haalden ook de paalworm naar de Zuiderzee. Tot begin 18e eeuw was de paalworm hier niet bekend. De dijken bestonden uit een palenscherm met gedroogd wier. Gevolg verschrikkelijke overstromingen rond de Zuiderzee ten kostte van veel mensenlevens. De rijken werden steeds rijker en de armen steeds armer. De GOUDEN EEUW heeft nooit bestaan voor het overgrote deel van de Nederlanders. En de schuldigen lieten zich trots schilderen in dure kleren. Deze burgerwacht heeft nooit tegen Spanjaarden, Fransen of Engelsen gevochten. De huursoldaten haalden ze uit Zwitserland, Duitsland en Schotland. Het Staatse Leger bestond uit Buitenlander, de officieren waren vaak Duitse landadel.

DE GESCHIEDENIS MOET HERSCHREVEN WORDEN.

groet
Frans
_