Delen     Populaire blogs     Volgende blog Ľ
Blog maken     Inloggen
_
_
GOOILAND
Geschiedenis van Gooiland van 900 tot 2007
_
Home__Weblog__Prikbord__Fotoblog__Videoblog__Foto's__Links__Gastenboek__Vrienden__Zoeken__Tip__Login
_

Welkom op mijn Weblog


http://gooiland.vijftigplusser.nl/?page=article&warticle_id=44460



Mijn Profiel

gooilander
Ik ben nu offline

• Mijn profiel
• Privť bericht sturen
• Als vriend toevoegen

Toevoegen als weblog vriend






Zoeken in Google
_



CategorieŽn Overzicht




Laatste Weblog artikelen




Fotoboeken


ERFGOOIERS (89)
_
FAMILIE (1)
_

FAMILIE (2)
_
FAMILIE (1)
_






Weblog Vrienden


Nog geen weblog vrienden toegevoegd.



Gastenboek berichten

David Hughes
20 oktober 2017 07:22
_
Heb je dringende leningen nodig om je financiële problemen op te lossen? Indien geïnteresseerd; neem dan contact met ons op via; E-mail: Paydayloans@li ve.com Telefoon: (512) 850-4970

Lieneke Opmeer
08 juni 2017 10:00
_
Deze pagina kwam tegen toen ik op zoek was naar de familie Majoor en met name Machiel Janszoon Majoor uit Laren. Hij is mijn overgrootvader, zijn dochter Engelina is mijn oma. Ik ben ook vernoemd naar haar. Verder ben ik heel erg benieuwd of er meer informatie over mijn overgrootvader bekend is. lienekeopmeer@ hotmail.com

Hans Klinkenberg
25 maart 2016 20:58
_
Joaox@live.nl




Watskeburt Op 50plusser.nl

Door h.beilemans om 10:45
_
Nieuwe Club forum reactie geplaatst

Door moontje om 10:45
_
Nieuwe Club reactie geplaatst

Door elvira om 10:45
_
Nieuwe Forum reactie geplaatst

Door Jonna om 10:45
_
Nieuwe Reactie geplaatst

Door thephihe om 10:45
_
Thephihe Online

Door Erin om 10:45
_
Nieuwe Reactie geplaatst

Door elvira om 10:44
_
Nieuwe Forum reactie geplaatst

Door Erin om 10:44
_
Fotowedstrijd foto beoordeeld





_

Andere artikelen



NAARDER 'SCHWEIZERS'


Schweizerei im Ruhrgebiet 1906

Hollandgängerei
Talrijke publicaties zijn gewijd aan de vestiging in ons land van Portugese Joden, Walen en Hugenoten, die voornamelijk door godsdiensttwisten in de 17e en 18e eeuw hun land moesten ontvluchten. Over de instroom van een andere en minstens zo omvangrijke groep vreemdelingen, te weten Duitsers afkomstig uit het aan Nederland grenzende Westfalen, is veel minder gepubliceerd. Zij werden niet van hun geboortegrond verdreven, maar kwamen binnen om economische redenen. Hollandgänger werden ze in eigen land genoemd en de emigratie naar Nederland stond bekend als die Hollandgängerei. (1)



Twee soorten Hollandgänger

Populair onder de Hollandgänger waren de marskramers of de ‘kiepenkerls’, zoals ze in de eigen streek werden genoemd. Aanvankelijk reisden deze kooplui met hun handelswaar in een mand hoog op de rug te voet heen en weer tussen hun woonplaatsen en het Hollandse afzetgebied. Daar deden ze weken over. De markt in Holland werd echter zo lucratief voor ze, dat velen hun Westfaalse dorpen verlieten en zich voorgoed in Nederland vestigden. Als vlijtige en gedisciplineerde ondernemers wisten ze het ver te brengen. Onder hen zijn de stichters van de latere winkelconcerns Vroom & Dreesman, Brenninckmeijer, Peek & Cloppenburg. Lampe en Hunkemöler. In de zomermaanden werd Nederland overstroomd door een ander soort Hollandgänger, de zogenaamde hannekemaaiers. Dit waren bedreven grasmaaiers, afkomstig uit het Duitse Oost-Friesland, het Emsgebied en Westfalen. In de hooitijd kwamen de boeren in de welvarende weidegebieden in Holland en Friesland handen te kort en de hannekemaaiers werden door de rijke boeren dan ook met open armen ontvangen. Maar zodra de oogst gedaan was, mochten ze weer vertrekken. Slechts weinigen onder hen wisten zich blijvend in Nederland te vestigen. Erg geliefd waren ze niet, deze gastarbeiders van eenvoudige boerenafkomst. De Nederlanders beschouwden hen als lomperds of botteriken en bedachten weinig vleiende bijnamen voor ze, in Friesland poep, in Holland mof.(2) Daarmee werden de hannekemaaiers onjuist naar waarde geschat. (3) Ze kwamen naar Nederland om met hard werken (alles ging nog met de zeis) en tegen een karig loon te helpen de hooioogst binnen te halen. Dit gebeurde in een tijd waarin de vele werklozen in Nederland niet in staat werden geacht dit zware werk te doen. (4) Uit een krantenbericht uit die tijd bleek: ‘De werkman is krachteloos en traag, maar niet onwillig. Hoe kon het ook anders! De voeding was ellendig, zij bestond uit aardappelen, dikwijls van inferieure kwaliteit ’ (5) Ook uit de negentiende-eeuwse keuringen voor de militaire dienst bleek de slechte gezondheid van de Nederlandse arbeider. In onze regio waren de hannekemaaiers vooral actief in de uitgestrekte Eempolders en inde weidegebieden langs de Vecht.

Holländische Schweizer
Het omgekeerde kwam ook voor. Talrijke Nederlanders trokken aan heteind van de 19e eeuw naar Duitsland om te werken in Molkereien of Schweizereien, grote veehouderijen van het type modelboerderij. Daar werkende melkknechten noemden men Schweizer. (6) Diebedrijven waren hoofdzakelijk gevestigd in de vruchtbare Nederrijnse laagvlakte, ruwweg in de streek tussen Venlo, Duisburg, Wesel en Kleef. (Kreis Moers) Voor de voedselvoorziening van de bevolking in het nabijgelegen Roergebied waren deze bedrijven van groot belang.De naam Schweizerei was afkomstig van arme Zwitserse bergbewoners die als eersten voor dit werk werden aangetrokken. Blijkbaar wilden deze Schweizers niet meer , want weldra ontstond een grote vraag naar ervaren Hollandse veehouders en melkers.(7) Tegen het eind van de 19e eeuw steeg het aantal Hollandse gastarbeiders aanzienlijk en hun vakbekwaamheid was dermate dat de naam Schweizerei als bedrijf al gauw plaats maakte voor die van Hollanderei.(8) Het begrip Schweizer voor de individuele werker bleef in Nederland echter nog lange tijd gehandhaafd.

Jonge Gooiers op zoek naar werk
Rond de vorige eeuwwisseling zochten vele Gooise boerenzonen in hun eigen omge­ving tevergeefs naar werk in de landbouw of veeteelt. De oorzaak was dat na de aanleg van de spoorweg Amsterdam - Amersfoort in 1874 steeds meer Gooise Enggronden werden onttrokken voor woningen voor industriearbeiders, maar ook en vooral voor grote villa’s met ruime tuinen. Het Gooi werd het favoriete woongebied van welgestelde Amsterdammers. Hele villaparken ontstonden zo. (9) Geen wonder dus dat de Gooise boerenjongens werkgelegenheid buitende eigen woonstreek gingen zoeken. Berichten over de gunstige arbeidsmarkt in Duitsland sijpelden ook in het Gooi door en het duurde niet lang of de eerste Gooiers trokken oostwaarts. Ook vanuit Naarden vertrokken jonge boerenzonen naar de Molkereien in Duitsland, met name naar de streek bewesten de stad Meurs, in het Duits gespeld als Moers. Zij kregen ieder het beheer over een grote stal met koeien. Hun werk bestond uit het uitmesten van de stal en het voederen en het melken van de vele dieren. Dit laatste moest driemaal per dag gebeuren. Een hele overgang voor de Gooiers, want thuis waren ze met een kleinere veestapel slechts twee keer melken gewend, ’s morgens om vijf uur en ’s middags om dezelfde tijd. Melkmachines kende men nog niet, alles moest met de hand gebeuren.Ondanks de stevige knuisten van de boerenjongens, bezorgde het melken hen in het begin pijnlijke polsen. Maar de verzorging was prima en ook de beloning was goed.

Gooijerzonen verlaten de Vesting
Willem (Heinsz) de Gooijer was vermoedelijk de eerste telg van een Naardense boerenfamilie die in een Molkerei ging werken. In maart 1905 verliet deze pionier de Vesting om in 'Kreis Moers'. zijn geluk te beproeven. Willem was de zoon van 'Hein de Bullenboer'. (10) Vader Hein was veehouder annex meentbeambte en tevens stierhouder . Diens boerderij stond in de Raadhuisstraat, op de hoek van de Duivensteeg. Ter plaatse vinden we nu de entree van het Stadskantoor. Later bewoonde Willem, als zelfstandige boer,een houten boerderij (inmiddels verdwenen) in de Huibert vanEijkenstraat. In 1906 volgde zijn neef Jan Jacobsz de Gooijer Willems voorbeeld. Deze Jan was in de jaren vijftig van de 20e eeuw meentbeambte op de Naarder Meent. De berichten over werk en verdiensten, die deze Gooijerzonen naar huis stuurden, werkten blijkbaar aanstekelijk en een drietal neven van Willem (Heinsz) de Gooijer vertrok eveneen srichting Moers. Het waren Willem Lambertsz in 1907, Gerrit Lambertszin 1908 en Jo Jacobsz de Gooijer in 1910. Ook zij vonden allen moeiteloos emplooi in de Molkerei. Tijdens de spaarzame keren dat de Schweizers in Naarden op bezoek waren, vertelden ze enthousiaste verhalen. Van hun loon konden ze sparen voor een fiets., zodat ze geen dure treinreis hoefden te maken. Soms kregen ze verlof van wel acht dagen om naar huis te gaan. Die gebruikten ze meestal voor bijzondere gelegenheden. Zoals voor 12 mei 1914, toen ze met z’n allen de 100-jarige herdenking van de aftocht van de Fransen uit Naarden (11) feestelijk vierden, tezamen met de andere Naarders. Aangemoedigd door de mooie verhalen van de Schweizers trok het avontuur ook jongere neven aan. Zo vertrokken ‘Herman van de Bullenboer’ (12) en zijn neven Rijk Lambertsz de Gooijer en Herman Jansz de Gooijer naar Duitsland. De laatstgenoemde Herman woonde in zijn jonge jaren in de ouderlijke en nog bestaande boerderij op dehoek van de Gansoordstraat en de Pijlstraat. In de periode1927-1967 had hij een eigen boerderij in de Bussummerstraat .In de aangetrouwde familie kregen de jongelui eveneens de smaak te pakken. De neven Bertus Lambertsz Krijnen en Gerrit Lambertsz Krijnen vertrokken ook naar Moers. Deze broers woonden in een boerderij in de Gansoordstraat. Het woonhuis ervan staat er nog en vormt tegenwoordig tegenover het Stadskantoor de hoek met de in 1984 gemaakte Nieuwe Steeg. Van andere Naarders die Schweizer werden, is alleen Jacobus (Ko) Vrakking bekend.Minstens tien neven uit de familieband De Gooijer/Krijnen verbleven voor kortere of langere tijd als Schweizer in de contreien van Moers, op zijn minst tot aan het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914.

Dagboek van een Naarder Schweizer
Een van de Naarder Schweizers legde zijn ervaringen vast in een dagboek. Dat was de in 1882 geboren Willem Lambertsz de Gooijer, die in 1907 de Vesting verliet. Willems vader was al op jonge leeftijd overleden. Zijn moeder de weduwe Mietje de Gooijer-Schrager, moest als brugwachtster in het onderhoud van haarzelf en een stel jonge kinderen voorzien. Vanuit een ‘rijkswoning’ bediende zij de ‘GroeneBrug’ in de Amsterdamse Straatweg. Die rijkswoning is er niet meer, maar de brug (zij het vernieuwd) nog wel, het is de eerste vanuit de Vesting in de richting van Muiden. Hoewel werkzaam als boerenknecht hielp Willem waar mogelijk, tot aan zijn vertrek naar de Molkerei. Willem’s ‘Schweizer-dagboek’ bestond uit een eenvoudig schoolcahier dat hij met zwierig handschrift vol schreef met de in Duitslandopgedane ervaringen. Op het etiket pende hij ‘Herinneringen uit dejaren 1914-1915’. Lezenswaardig is vooral de beschrijving van zijn laatste roerige week in Duitsland. Dat was de week vanaf eind juli tot aan zijn terugkeer in Naarden op vrijdag 7 augustus 1914. Willem verbleef toen in het Duitse dorp Schaephuysen, dat zo’n tien kilometer van destad Moers verwijderd lag. Zijn broers Gerrit en Rijk alsmede twee neven werkten ook in de omgeving. Zijn belevenissen opgetekend in het dagboek volgen in de rest van dit verhaal.

Knagende onzekerheid
De Eerste Wereldoorlog was net aan de gang en bijna gelijktijdig met het Duitse leger mobiliseerden ook de Nederlandse strijdkrachten. Hoewel Willem 32 jaar oud was en in 1903 zijn militaire dienstplicht had vervuld, verkeerde hij toch in onzekerheid of hij opgeroepen zou worden. Het liefst zou hij in deze onzekere tijd zo gauw mogelijk naar huis gaan om zijn moeder te helpen. Zijn broers hoefden niet in dienst, die waren vrijgeloot of hadden vrijstelling vanwege volbrachte broederdienst. De jongere neven daarentegen waren wel dienstplichtig. Een van hen werd zelfs via het Nederlandse consulaat per direct opgeroepen om naar huis te keren om zich te melden. Willem bracht hem naar het station in Moers.Onderweg daarheen bemerkten de Naarders dat de Duitsers overal bezig waren om bij de boeren paarden te vorderen voor hun veldartillerie. Ze zagen ook Duitse soldaten: "In hunne nieuwe veldgrauwe uniformen met helmen op en laarzen aan". Alleen de terugweg van Moers naar Schaephuisen, kwam Willem door dorpen "In volle feestdos, daar werd gevlagd en zelfs de klok geluid".­ Op zijn vraag wat dit te betekenen had, antwoordden uitgelaten dorpelingen hem dat de Duitsers glorieuze overwinningen hadden behaald. De gehele Russische vloot was vernietigd, 20.000 Franse vijanden gevangen genomen de bevriende Oostenrijkers hadden hetzelfde gedaan met 20.000 Serviërs en het gehele Servische Hof in hechtenis genomen. Toen Willem tegenwierp dat hij hun blijdschap wel wat wrang vond en bovendien aan de successen twijfelde, werden de dorpelingen kwaad en achtte hij het na een scheldpartij maar beter om door te lopen. Buiten het dorp ontmoette Willem nog een ‘Hollandse huzaar’, die hem wist te vertellen dat hij van de 'Hollandsche consul' vernomen had, dat in Holland iedereen die dienstplichtig was onder de wapenen moest komen. Willem’s hoop ombuiten het leger te blijven, kreeg een behoorlijke knauw. Terug op de Molkerei in Schaephuysen kon hij nog net afscheid nemen van zijn baas, Ook deze had ‘Wehrpflicht’, moest direct het legerin en stond op het punt te vertrekken. "Met een Auf wiedersehen ging de baas weg, ach hoe weinigen zullen dat wiedersehen beleven".Willem zag die roerige dagen drommen Duitse mannen vergezeld van hun vrouwen, mismoedig naar het station gaan "allen met roodgeweende oogen, zwijgend naast elkander".

Het vaderland roept
In overleg met zijn neef Bertus nam Willem zich voor om naar de Nederlandse consul te gaan om te vragen hoe de voor hem de nou precies in de steel zat. Voordat het zover kwam, toonde een andere Nederlander, die in de buurt werkte hem een Duitse krant met een oproep. "in de Hollandsche taal, door de consul daarin geplaatst en daar stond zwart op wit dat Hare Majesteit de algemeene mobilisatie bevolen had van de Land- en Zeemacht". Door dit onzalige bericht werd Willem’s laatste sprankje hoop, om buiten schot te blijven, definitief de bodem ingeslagen. Zijn militaire plunje had hij lang geleden al ingeleverd en begin 1914 – en dat was deze week – zou hij officieel vrij zijn gekomen van alle dienstplicht. Maar nu, nu was er geen ontkomen meer aan, het vaderland had hem nodig, hij had zijn plicht te vervullen.Na een ontroerend afscheid van de achterblijvende Schweizers, wende hij zich tot neef Bertus Krijnen, die hem zou vergezellen op weg naar huis. Hij ging zich melden. "We togen op reis, neef en ik, alles achterlatend, alleen ons beste pak aan en de fiets bij ons en ons geld. Al het andere lieten we bijde boer staan. Waarom? Och we dach­ten; worden we doodgeschoten dan hebben we toch niets meer noodig en overleven we de crisis dan zullen we het wel eens komen halen. Zoo kwamen we dan aan het station waar we dikwijls geweest waren om neefs of vrienden naar de trein te brengen of zelf ons in de trein te begeven om een acht of veertien dagen naar huis te gaan".

Problemen aan de grens
In normale tijden vertrok de trein vanuit Moers 14.30 en zouden de jongens om 19.00 uur op het station Naarden-Bussum aankomen. Nu was daar geen sprake van. Al het personenverkeer lag stil.De beiden Schweizers besloten daarom maar op de fiets naar Venlo te gaan. Een fietstochtje van anderhalf uur en ze zouden daar zijn. Vanuit Venlo zouden ze de reis naar huis dan met de trein kunnen voortzetten. Maar helaas, net buiten het dorp Schaephuysen werden ze al aangehouden door de mannen van de plaatselijke ‘Feuerwehr ’, die alle wegen rond het dorp controleerden en hen, ondanks het vertonen van geldige papieren, voor verdere controle naar het ‘Buergermeisteramt’ commandeerden. In de volgende dorpen herhaalde zich deze tijdrovende procedure. Pas laat in de middag kwam eindelijk de grens van Venlo in zicht . Maar : " oh wee, daar wilden ze ons absoluut niet Duitsland uit laten". De Duitse douane eiste een bewijs waarin stond dat zij voor de militaire dienst in eigen land waren opgeroepen. Alleen op vertoon van dat papier zouden ze de grens mogen passeren. De jongens werd bevolen de Nederlandse consul in het 50 km verderop gelegen Kleef te bezoeken die hun dit bewijs kon verschaffen.

Via Kevelaer en Kleef naar Naarden
Daar het al laat was om Kleef nog op tijd te bereiken, besloten de Naardense neven door te fietsen naar het halverwege in de richting van Kleef gelegen bedevaartsoord Kevelaer om te proberen daar logies te vinden. "Daar waren we nogal bekend, omdat we ieder jaar er naar toe gingen als de Gooische Processie er was, want dan troffen we altijd familieleden en bekenden". Maar onderweg kregen ze bandenpech en werden ze bovendien geteisterd door zware onweersbuien. Kleddernat met bemodderde kleren bereikten ze ’s avonds laat Kevelaer, waar ze in een Gastwitsschaft hun kleren mochten drogen, wat te eten kregen en de nacht doorbrachten.De volgende ochtend vervolgden ze de reis per trein, de fietsen gingen mee. In Kleef aangekomen bleek de wachtkamer van het consulaat met vijftig lotgenoten afgeladen. Maar de consul en zijn assistent schreven en stempelden er lustig op los. Eenmaal in het bezit van het vereiste document werd de reis per fiets door een prachtig heuvellandschap in de richting van Nijmegen voortgezet. Op vertoon van het oproepbevel werd de grens bij Bergen en Dal probleemloos gepasseerd. Ze waren thuis in eigen land. De oude keizerstad werd in de namiddag vlot binnen gepeddeld, maar bij het station aangekomen, bleek de eerstvolgende trein pas om19.30 te vertrekken. Ze besloten daarom de stad wat te gaan verkennen. Het was onrustig in het centrum, veel pratende burgers op straat en daar tussen wemelde het van de militairen. "Toen we dan eindelijk om half acht van Nijmegen vertrokken, trof ons al direkt het bevel dat bij de overgang van de Waal, alle ramen van de coupé's dicht moesten, zulks met het oog op de toestand van de brug, die heelemaal klaar lag om in de lucht te vliegen. Zoo kwamen we dan ten laatste in de nacht van Donderdag op Vrijdag7 Augustus om half één in ons dierbaar stadje Naarden aan . Onderweg hadden we al gelegenheid om de vruchten van de mobilisatie te aanschouwen. Al die mooie boomen langs de Laarderweg waren meedoogenloos omgehakt, de ondereindjes stonden er nog. Ook had men al eenige huizen gesloopt …. ‘

Militaire verrassing en een dooie boel
Eenmaal thuis werd Willem door zijn moeder en de andere familieleden hartelijk verwelkomd. De legerleiding bleek bovendien een verrassing voor hem in petto te hebben. Toen zijn moeder hem het toegezonden militaire zakboekje overhandigde, bleek dat hij was gelegerd in …… de kazerne Oranje te Naarden. Een geluk bij een ongeluk, maar het weerzien met Naarden bleek voor Willem toch geen onverdeeld genoegen. “Het was een dooie boel hier in de stad. De tram mocht er niet door en niemand kon van buiten de stad binnenkomen tenzij met een zoogenaamde pas en wij militairen mochten er heel niet uit. Het was dan ’s avonds kolosaal druk, want dan kwamen er veel familieleden en bekenden van de soldaten over, doch vooral ’s Zondags was het enorm. Doch na een paar weken kwam daarin verandering, want op den duur had dat toch niet goed gegaan om al die soldaten maar steeds thuis te houden en daarom werd toegestaan dat elke dag een zevende gedeelte met verlof kon gaan. Toen was het met de grootste drukte uit, en eindelijk mochten we ook ’s avonds de stad uit, maar ’s avonds om 9 uur binnen. Later werd het 10 uur en met 1 Februari 11uur. ”Voor Willem (Lambertsz) de Gooijer en zijn meeste neven was de mobilisatietijd aangebroken. Het zou een tijd worden van paraatheden weinig actie, want Nederland bleef gelukkig buiten de oorlog. In de familiealbums staan de Naarder Schweizers niettemin krijgshaftig afgebeeld. Enkele beelden zijn in dit verhaal opgenomen. Toen de oorlog in 1918 was afgelopen, koos iedere ex-Schweizer zijn eigen weg. Een aantal keerden terug in het vertouwde boerenvak, enkele andere werden politieagent, postbode of gingen in een fabriek werken.
_________________________

ONDERSTAANDE NOTEN: HEBBEN NIET GESTAAN IN ‘DE OMROEPER ‘ VAN NAARDEN - 2003 nr. 3.

1. DE HOLLANDGÄNGEREI. Gerda F. van Asselt.
2. TOEN IK NOG JONG WAS. Hoofdstuk: Het water, hannekemaaiers en nogwat. (blz. 15 t/m 67). Justus van Maurik (1846-1904) (Schetst een negatief beeld vande hannemaaiers . Het negatieve beeld kan ontstaan zijn door de werkelijke laagstaandeen verachte Duitsers, die eeuwenlang door hun potentaten werden verhuurd aan het Staatse Leger van ‘onze’ Republiek.
3. VREEMD GESPUIS. Hoofdstuk: Poepen, knoeten, mieren en moffen.(blz. 29 t/m 37) (de negatieve houding t.o.v. de hannemaaiers blijkt niet veranderd te zijn)
4. DE LAGE LANDEN AAN DE ZEE (blz. 155 en 159) Jan en Annie Romein.
5. GESCHIEDENIS VAN NEDERLAND 1850-1925. (blz. 126 en 133) Prof. dr.L.G.J. Verberne.
6. MEYERS KONVERSATIONS LEXIKON 1889, HERDERS KONVERSATIONLEXIKON 1905. Schweizer wodt omschreven als (Landwirtschaft) der Leiter einer Schweizerei (=Hollaenderei) bisw. Viehaerter. (In de Nederlandsewoordenboeken staat hun Duitse tegenhanger negatief omschreven )
7. Einde 19e eeuw kwam er meer welvaart in Zwitserland, terwijl in Nederland de landbouwcrisis heerste door de goedkope aanvoer van graan uit de USA. Ook werden de eerste landbouwmachines ingevoerd. In Nederland was dus een overschot aan landarbeiders.
8. Naar mijn mening (FdG) werd vooral in Noord Duitsland gesprokenvan Hollaenderei en in het de omgeving van het Roergebied van Schweizerei.
9. GOOISCHE VILLAPARKEN – Ontwikkeling van het buitenwonen in het Gooi tussen 1874 en 1940. -- uitg. Schuyt & Co -- ISBN 906097 277 510)
10. Hein Willemsz de Gooijer was meentbeambte op de Naarder Meent. Hij had vee en hield een stier voor de koeien van de Naardense erfgooiers. In het weideseizoen maakte hij met zijn stier zijn ronde over de Meent. Om zijn komst aan te kondigen blies hij op eengrote Ossenhoorn. Tijdens de stalperiode brachten de erfgooiers hun koeien naar zijn boerderij. Door de spleten van de schutting genoot de jeugd van het schouwspel.
11. De vesting Naarden werd door het Napoleontische Franse legerbezet gehouden. Het pas opgerichte Nederlandse leger belegerde de Vesting van November 1813 tot 12 mei 1814. De Fransen trokken toen vrijwillig weg, nadat een Franse gezant hen de val van Napoleon kwam melden.
12. Herman Heinsz de Gooijer werd ‘Herman van de Bullenboer’ genoemd, om geen verwart te worden met zijn neef Herman (Jansz) deGooijer. Beiden waren vernoemd naar hun grootvader Harmen Krijnen.Herman Heinsz de Gooijer werd later hoofdopzichter bij Stad enLande van Gooiland. Om de neven in Duitsland uit elkaar te houden kreeg Herman Jansz de bijnaam Charl.
----------------------------------
AFBEELDINGEN:
-- In Duitsland liet Bep Lambertsz Krijnen deze foto maken, waarop hij heel trots poseert met zijn in Duitsland verdiende fiets.
-- Groepje feestvierende Schweizers tijdens het regeringsjubi­leum van keizer Wilhelm II in 1913. In het midden Herman Jansz deGooijer. Rechts boven met bolhoed Rijk Lambertsz de Gooijer.
-- Ansichtkaart met op de achtergrond een 'Molkerei', in 1906verzonden door Willem Heinsz de Gooijer.
-- Poserende Schweizers. Zittend: links, Willem Lambertsz de Gooijer; rechts, Cornelis Haselager. Staande: links, Bep Lambertsz Krijnen; midden, onbekend; rechts, WillemHeinsz de Gooijer.
__________________________
DE OMROEPER nr. 3 - 2003 - F.J.J. de Gooijer

gooijerfjj@hotmail.com


http://gooijer.nl.jouwpagina.nl _________________________________



Neven: de Gooijer, Willem Hz (R st) ; Willem Lz (zit L) ; Bertus Krijnen (L st)


Jubileum Wilhem II - De Gooijer, Rijk (R. bo); Herman Jz (Mid. ond)


De Gooijer neven am Stamtisch: Willem Hz (L); Willem Lzn (R); Bertus Krijnen (staand)


De Gooijer neven L-R: Herman Hzn; Willem Lzn; Willem Hz.


Bertus Krijnen mit Fahrrad


WEG-ATLAS 1914 - Nijmegen - Cleve


Artikel links



Geplaatst op 30 mei 2014 11:21 en 4708 keer bekeken



Deel dit artikel via:





_
R
eacties van leden


Je reactie
Naam   Gast
Reactie   
  _
Captcha_Beveiligingsvraag

Welk dier is dit?
_





_
Benneke  
28 jun 2007 20:57
Hallo Frans, Dat was een lang stuk, maar de moeite van het lezen waard. Zo krijg je weer een stukje geschiedenis voorgeschoteld, waar je wel iets van weet, maar dat nauwlijks in de geschiedenissenboeken heeft gestaan.

Benneke

Redone  
29 jun 2007 18:54
Wat is dit een gigantisch werk, mijn complimenten hoe je het allemaal beschrijft.
Hartelijke groeten Ria
_





_
BoekenGloed.1  
15 apr 2011 09:34
Oef, wat een lap tekst :-) Maar wel interessant: ik woon op 2 km afstand van de Duitse grens. Emmerich en Kleef zijn ook niet ver weg. Het is prettiger om via Duitsland naar Nijmegen, Boxmeer of Venlo te rijden (vanwege de benzineprijs én de kortere afstand dan via een aantal beruchte knooppunten in NL). Groet, Marianne

Gooilander  
15 apr 2011 19:21
Dag BoekenGloed,

Tot op de dag van vandaag is het mij een raadsel, dat een deel van de Gooise boerenbevolking helemaal naar Kevelaer trok. Omstreeks 1900 was het een hele reis en voor veel mensen kostbaar. Gelukkig hoefden er toen niemand van de Gooise bevolking naar Mekka.

groet
Frans
_





_
BoekenGloed.1  
16 apr 2011 06:46
Naar Kevelaar trokken zelfs mensen uit Groningen. Je moet er wat voor over hebben, nietwaar? :grin:

Gooilander  
19 dec 2012 13:58
Beste lezers,
Jaren geleden heb ik bovenstaand stukje geschreven. Een reden daarvoor was de geschiedsvervalsing die af en toe de kop weer opduikt. Mijnheer Hans Goedkoop heeft daar ook een handje van. In de uitzending DE GOUDEN EEUW van dinsdag 18-12-2012 bleek dat weer. Terloops werden de Duitse paupers genoemd die mochten creperen op de VOC schepen. Hun aantal werd niet genoemd.

vriendelijke groeten,
Frans
_