Delen     Populaire blogs     Volgende blog Ľ
Blog maken     Inloggen
_
_
GOOILAND
Geschiedenis van Gooiland van 900 tot 2007
_
Home__Weblog__Prikbord__Fotoblog__Videoblog__Foto's__Links__Gastenboek__Vrienden__Zoeken__Tip__Login
_

Welkom op mijn Weblog


http://gooiland.vijftigplusser.nl/?page=article&warticle_id=44460



Mijn Profiel

gooilander
Ik ben nu offline

• Mijn profiel
• Privť bericht sturen
• Als vriend toevoegen

Toevoegen als weblog vriend






Zoeken in Google
_



CategorieŽn Overzicht




Laatste Weblog artikelen




Fotoboeken


FAMILIE (1)
_
FAMILIE (1)
_

FAMILIE (2)
_
ERFGOOIERS (89)
_






Weblog Vrienden


Nog geen weblog vrienden toegevoegd.



Gastenboek berichten

David Hughes
20 oktober 2017 07:22
_
Heb je dringende leningen nodig om je financiële problemen op te lossen? Indien geïnteresseerd; neem dan contact met ons op via; E-mail: Paydayloans@li ve.com Telefoon: (512) 850-4970

Lieneke Opmeer
08 juni 2017 10:00
_
Deze pagina kwam tegen toen ik op zoek was naar de familie Majoor en met name Machiel Janszoon Majoor uit Laren. Hij is mijn overgrootvader, zijn dochter Engelina is mijn oma. Ik ben ook vernoemd naar haar. Verder ben ik heel erg benieuwd of er meer informatie over mijn overgrootvader bekend is. lienekeopmeer@ hotmail.com

Hans Klinkenberg
25 maart 2016 20:58
_
Joaox@live.nl




Watskeburt Op 50plusser.nl

Door mien35 om 16:18
_
Mien35 Online

Door carel2738 om 16:17
_
Carel2738 Online

Door kiekjes om 16:15
_
Kiekjes Online

Door talitha om 16:13
_
Nieuwe Forum reactie geplaatst

Door hehety om 16:11
_
Hehety Online

Door Marianne om 16:11
_
Marianne Online

Door 50plusser.nl om 16:11
_
50plusser.nl Online

Door Marianne om 16:11
_
Nieuwe Weblog reactie geplaatst





_

Andere artikelen



MILITAIREN, BOEREN EN BURGERS IN EEN VESTINGSTAD 1860-1940 (IV)


Mevr. Behm werkte als aardappelschilster in de kazerne


Contacten tussen burgers en militairen

http://gooiland.50plusser.nl/?page=article&warticle_id=67517

Beroepsmatige en innige contacten
Verschillende Naarders waren in dienst of stonden ten dienste van het garnizoen. In 1915 waren dat:
Een militaire apotheker; een hospitaalbediende; een hospitaal administrateur; een geweermaker; een Opzichter der Genie; een magazijnbediende van de Garnizoensbakkerij; een fortwachter van de Lunetten; drie militaire schoenmakers; twee militaire kleermakers en twee maal een ‘vader’ van een militair tehuis. Dan waren er nog 3 Brugwachters van de Rijksbruggen.
Bovengenoemde personen waren zogenaamde hoofdbewoners. Inwonende werkers werden niet vermeld. Daarom bleef ook een beroepsgroep ongenoemd, n.l. de keukenhelpsters, die de aardappels schilden en de groenten schoonmaakten. De bekendste onder hen was Vrouw Behm, een struise vrouw in Zeeuwse klederdracht.
Het garnizoen sloot ook contracten af met een aantal Naarders. Dat gebeurde met plaatselijke leveranciers, ondermeer de levering van melk en vlees door veehouders. De militaire betaalmeester kwam op de boerderij afrekenen en streek dan een fooi op. Er waren contracten op verschillende terreinen. Plaatselijke aannemers onderhielden de militaire gebouwen. Zelfs het leeghalen van de kazernebeerputten werd aanbesteed.
Naast een aantal honkvaste Naardense families, vond er ook veel doorstroming plaats door de komst en het van de beroepsmilitairen en hun gezinnen. Er waren ook veel knappe Naardense meisjes en daar kwamen veel dienstplichtigen op af. Het uniform lokte nog in die tijd en zodoende trouwde een aantal Naardense schonen met jongens van ‘elders‘. Ook waren er huwelijken tussen de zonen en dochters van beroepsmilitairen en Naardense burgers en burgeressen . Over de Sluis, bij het Arsenaal, woonde Adjudant Marquenie. Twee van zijn zoons waren ook beroepsmilitair. Een derde zoon trouwde in 1914 met de oudste dochter van de Naardense veehouder Jan de Gooijer. Bij die gelegenheid werd een foto gemaakt van beide families en alle bruiloftgasten. Adjudant Marquenie was gekleed in een soort gala-uniform, terwijl zijn zoons een buitenmodel uniform droegen. Tijdens verjaardagen ontmoetten deze beroepsmilitairen hun agrarische zwagers. De militairen spraken dan over de bereden artillerie in Leiden, de zwagers letterlijk over koetjes en kalfjes.
De jaarlijkse loting voor de militaire dienstplicht zorgde voor veel drukte. Op het stadhuis vond de loting plaats voor Naarders en sommige Gooise dorpelingen. Na afloop staken de lotelingen hun lot op hun pet of hoed en doken daarna een kroeg in.

Hulpverlening bij brand
Af en toe brak er brand uit binnen de vesting. Daarbij waren enkele boerderijbranden, die een gevaarlijke situatie vormden voor de omliggende huizen. De vrijwillige brandweer rukte dan uit en was snel ter plaatse. Het is niet duidelijk welke blusmiddelen ter beschikking stonden van het leger. Bij dergelijke calamiteiten is nergens sprake van hulp van legerautoriteiten. Wel was er steeds spontane en vrijwillige hulp door dienstplichtige militairen. De enige beloning bestond meestal uit de vergoeding van de verbrande uniformstukken. Er zijn verschillende berichten over deze hulp. Op 19 December 1898 ontstond er in het logement De reizende Man aan het einde van de Oosteindestraat een begin van brand. Door flink optreden van enige militairen werd de brand spoedig geblust. Op 4 Juli 1904 was er een grote brand waarbij een boerderij in de Gansoordstraat en een winkel in de Raadhuisstraat volledig uitbrandden. Ook hier werd assistentie verleend door militairen. De gemeenteraad schonk aan de militairen een beloning van vijftig gulden. De garnizoenscommandant stuurde bovendien een rekening voor de vernielde uniformen en schoeisel. Op 16 oktober 1929 ging in de Beijert een foeragemagazijn in de vlammen op. De vaststaande boerderij liep daarbij zeer veel brand- en waterschade op. Ook hier boden militairen direct hulp aan. Na de brand werd de plek bezocht door de plaatselijke autoriteiten. Burgemeester M. van Wettum kwam een kijkje nemen. in gezelschap van de garnizoenscommandant Majoor Von Feytag Drabbe.

Onhygiënische toestanden
Binnen de dichtbebouwde kom van de vesting lagen twintig boerderijen. Zeer praktisch ten behoeve van de voedselvoorziening in geval van een belegering. Bij militair transport werden vaak boeren met paarden en wagens ingeschakeld. Er lagen echter soms open mesthopen langs de straat. Op 7 juni 1895 schreef de krant een uitgebreid artikel over boeren in de Vesting, o.a. over het feit dat Naarden een landbouwende gemeente was en bij strengere regels meer dan 60 a 70 vaalten moesten worden geruimd. Allereerst moest de mestvaalt van boer Van der Vuurst afgedekt worden. Deze lag open en bloot aan het kerkpaadje en was zichtbaar vanaf de ingang van de kerktoren. Regelmatig brak er een veeziekte uit, zoals mond en klauwzeer. Op 30 juni 1894 was het weer raak bij de veehouder Van Aken. De boerderij werd streng bewaakt.
Bij de burgerij was de toestand niet veel beter. Achter de meeste huizen stond op het erf een plee met lozing op een beerput. Een dergelijke put bestond uit los gestapelde stenen, de vloeibare inhoud verdween in de zandgrond en vervolgens in het grondwater. (deze toestand duurde tot 1980). Het gevolg was vervuild pompwater. Niet alleen de particuliere pompen waren besmet, ook de openbare straatpompen. Een andere watervoorziening bestond niet. De gemiddelde vestingbewoner stelde geen hoge eisen aan de woonomgeving . Hygiëne en wooncomfort waren voor de meeste een luxe.
Natuurlijk braken er vaak ziekten uit. Voor de overvolle kazernes kon dit rampzalig zijn. Van overheidswege werd dan streng opgetreden. De krant berichtte verschillende malen over uitbraak van pokken binnen de vesting. Op 4 augustus 1894 stond erin de krant: ‘De winkelwaren van Van Doesburg, den pokkenlijder alhier, thans genezen, zijn onteigend en verbrand‘. De kleding van de winkelier was al eerder in rook opgegaan.

Militairen als ordehandhavers
Het was een vreemde zaak dat, in de negentiende eeuw, de militaire autoriteiten de gemeente Naarden lieten opdraaien voor de bewaking van de vestingpoorten door burgerpoortwachters. Vanaf 1851 werd de poortbewaking geheel afgeschaft. Iedereen kon vanaf die tijd ongehinderd de meest noord-oostelijke vesting van de Waterlinie binnenwandelen. Het leger was niet opgewassen tegen een buitenlandse vijand, maar werd vooral ingezet als binnenlandse ordebewakers, zoals uit onderstaande gegevens blijkt.
Vanaf 1851 hield de Hollandsche Maatschappij van Landbouw wedstrijden in ploegen en maaien. De notabelen wilden teleurgestelde en heetgebakerde Gooise deelnemers van het lijf houden. Natuurlijk waren de dienstplichtigen uit de Weeshuiskazerne weer de klos: ’Door de bemoeiingen van den heer Burgemeester van Naarden, hebben Heeren Officieren van het garnizoen de beleefdheid gehad, de wedstrijden een detachement infanterie ter beschikking te stellen van Heeren de directie, waardoor dit feestelijk begin van de oogst is opgeluisterd en eene goede orde bewaard’.
September 1895 zijn een aantal militairen in de buurt van de Kippenbrug getuige van een opstootje. Een dronken echtpaar mishandelde een bij hen inwonend tienjarig kind. Toesnellende Naarders wilden het echtpaar te lijf gaan. Het dronken stel werd door militairen met de blanke sabel ontzet en naar hun woning in de Bussummerstraat gebracht. Het kind werd door een ’villabewoner’ opgevangen.
Bij de onderdrukking van de Hilversumse Kermisoproer van 1899 waren ook militairen uit Naarden betrokken. De veldslag met sabelhouwen en geweerschoten kostte aan een Hilversummer het leven en negen raakten gewond.In Blaricum bestond vanaf 1900 ‘De Kolonie van de Internationale Broederschap‘. Bij de grote spoorwegstaking van 1903 waren de ‘kolonisten’ solidair met de stakers. Ze wilden ook de Gooise Stoomtram stilleggen. De armelijke bevolking van Huizen en Blaricum voelde zich in haar karig bestaan bedreigd. De volkswoede richtte zich tegen de ’kolonisten’. Uiteindelijk moesten militairen uit Naarden de anti-militaristen beschermen tegen de autochtone dorpsbewoners. Daarna verzocht de Blaricumse burgemeester Hosang de militairen in te zetten tegen de Erfgooiers. De Gooise burgemeesters hadden al jaren een conflict met de lokale veehouders. Tijdens een geweldloze actie van enkele erfgooiers werd é é n van hen door een soldaat doodgeschoten. De gedode jongeman wilde alleen een opening graven in het koedijkje om koeien op de Blaricummer Meent te brengen.

Garnizoen neemt voortouw

Binnen het ingeslapen vestingstadje, met zeer veel arme bewoners, was de tijd stil blijven staan. Het garnizoen gaf rond de eeuwwisseling de stoot tot betere openbare voorzieningen. Het militaire zwembad was de eerste aanwinst. Ook burgers mochten hiervan gebruik maken. Tot 1940 konden burgers bovendien gebruik maken van het militaire douchegebouw bij de Weeshuiskazerne. Het leger onderzocht de waterkwaliteit van de stadspompen en in 1898 volgde een ongunstig rapport. Het water was niet geschikt voor menselijke consumptie en daarom leidde dit in 1904 tot de aanleg van de waterleiding. De elektriciteitsvoorziening was reeds in 1899 tot stand gekomen; vooral de verlichting in de kazernes profiteerde hiervan. Het leidingnetwerk kwam de vestingkom binnen via militaire terrein, de omwalling en grachten. Onduidelijk is of het garnizoen bijdroeg aan de aanlegkosten.

Ontspanning en sport
Op het terrein van ontspanning en sport was de bijdrage van het garnizoen belangrijk. In Naarden werd rond de eeuwwisseling door enkele officieren een afdeling opgericht van de landelijke vereniging ‘Volksweerbaarheid’. Burgers konden lid worden van de schietvereniging Huibert van Eijcken. Geschoten werd achter de Weeshuiskazerne. Een eventuele afgedwaalde kogel ging dan over de Zoute Gracht richting Zuiderzee. Om de ploeg fit te houden, werden er vooraf turnoefeningen gehouden. Vier avonden per week gebeurde dat onder leiding van de plaatselijke onderofficieren. Ook maakte men gebruik van de turntoestellen van de kazerne. Uit de schietvereniging ontstond in 1900 de Gymnastiekvereniging Keizer Otto. De eerste gymnastiekleider werd, hoe kon het anders, een beroepssergeant. Deze sergeant De Bruin organiseerde reeds in 1901 een uitvoering in het aan de Kloosterstraat gelegen. Hof van Holland. Het publiek bestond uit burgers en militairen. De uitvoering was een daverend succes en het afsluitende bal eveneens. In 1908 verkeerde Keizer Otto in nood, maar werd gered door de nieuwe leiding onder sergeant-majoor H. van Coevorden. De plaatselijke fanfare, ‘Door Oefening Beter’, werd in 1904 opgericht en tot bloei gebracht door dirigent H.A.A.A.V. Rijgersberg. Deze militair was onderkapelmeester van het 7e regiment infanterie. Ook militairen bliezen hun partijtje mee met D.O.B.
Het eerder genoemde Hof van Holland was niet alleen belangrijk voor bruiloften en partijen. In 1903 belegde onderwijzer H.A. Arentsen daar een vergadering. Zijn bedoeling was het oprichten van een zang- en toneelvereniging ten behoeve van de dienstplichtige militairen. Arentsen was begaan met het wel en wee van deze jongens, die in Naarden alleen ontspanning konden vinden in een tiental drankgelegenheden. Burgemeester Wesseling en de garnizoenscommandant verdachten de onderwijzer ervan een socialistische vereniging op te willen richten. Ze stuurden de rijksveldwachter J. Ederveen naar het Hof van Holland om eens polshoogte te nemen. Uiteindelijk kon zowel Wesseling als de militaire commandant geen vergaderingverbod opleggen. Uit dit prille begin ontstond de toneelvereniging Willem de Zwijger.

Militair terrein
Alle bastions en tussenliggende wallen waren militair terrein. Op de oude kadasterkaarten van Naarden is dat gebied weggelaten. Langs de Oost- en Westwalstraat stonden hoge hekken, die aan de bovenzijde voorzien waren van prikkeldraad. Deze binnenwallen werden in het voorjaar verpacht aan de vestingboeren. De maaiers en hooiers hadden toestemming nodig van de garnizoenscommandant. Toegang was alleen mogelijk met een speciaal pasje. Ook de buitendijkse enveloppe mocht alleen gemaaid en gehooid na toestemming van het militaire gezag. Het hooi werd aldaar op een dekschuit geladen en via de Zoute Gracht naar de Oude Haven vervoerd. Eerst moest echter bij de Weeshuiskazerne een sleutel worden opgehaald. De Zeebrug was namelijk afgesloten door een hek. Overigens was het soms slecht gesteld met de toezicht op de Zeebrug. In de winter van 1915/1916 vergat het militaire apparaat de schotbalken in de zeebrug te plaatsen. Bij de springvloed in de Zuiderzee overstroomde het zeewater niet alleen het buitendijks gebied, maar stroomde ook onbelemmerd via de Zeebrug de bebouwde kom van de vesting binnen. De burgers belegden na dit incident een protestbijeenkomst in het nabijgelegen Hof van Holland.
Op vier bastions waren kazernes. Bastion Turfpoort en Nieuw Molen waren echter geschikt als uitgelezen speelterrein voor de oudere kinderen. Het was wel verboden terrein, menigeen is achterna gezeten door de gemeentepolitie en de marechaussee. In noodgevallen mocht gebruik gemaakt worden van militair terrein. De kleermaker Nees Aartsen leed aan TBC. Er werd toestemming gegeven om in de Lage Flank van Bastion Oranje een zogenaamd TBC-lighuisje te bouwen. Dit kwam te staan op een metalen ring; het huisje kon steeds in de richting van de zon worden gedraaid.
______________________________

Afbeeldingen:
1. Vader Behm was werkzaam bij het Naarder garnizoen. Hij stierf jong en liet zijn weduwe achter met een groot gezin. Zijn vrouw was een struise Zeeuwse, die hard werkte om haar gezin te onderhouden. Zij was langdurig werkzaam als aardappelschilster in de Weeshuiskazerne.
2. De deuren van de Utechtsche Poort werden vooral in de winter al vroeg gesloten. De poortwachters controleerden niet alleen wie in en uitging, maar ook de invoer van levensmiddelen.
3. Na de aanleg van de spoorlijn vroegen de Vestingbewoners aan de legerautoriteiten om een korte verbinding met het station. Er kwam een pad over het bastion Turfpoort en een brug over de buitengracht naar de Korte Bedekte Weg. De smalle voetbrug kreeg als bijnaam De Kippenbrug.
4. Vanaf de Korte Bedekte Weg (de buitenwal) werd een brug gelegd over de buitengracht. Vandaar kon men via de Thierensweg het station Naarde-Bussum bereiken. Militaire verlofgangers maakten wekelijks gebruik van deze route.
__________________________

Afbeeldingen:


6. Militaire Bad en Zweminrichting aan het Ravelijn achter de Utrechtse Poort werd aangelegd in 1890. In 1932 hield de waterpolo vereniging DE VEST hier nog een wedstrijd. De afbraak volgde, na afkeuring wegens vervuid water, in 1935.

____________________________

Opmerking:

H.A. Arentsen (geb. 1866) Onderwijzer aan de Openbare School (1886-1921)

_______________________________
F.J.J. de Gooijer

zie Artikel Links met voorafgaande afleveringen I t/m III
Wordt vervolgd




Utrechtsche poort zonder poortwachters


Kippenburg verbinding tussen de Vesting en de Korte Bedekteweg


Brug tussen buitenwal en Thierensweg - verbinding met station


Promers Kazerne. Te midden van de militairen de Wed. Aaltje Krijnen-de Gooijer. (melkbezorgster)


Militaire Bad- en Zweminrichting aan het Ravelijn achter de Utrechtse Poort.


Militair Tehuis in Naarden


Artikel links



Geplaatst op 08 oktober 2015 16:02 en 6106 keer bekeken



Deel dit artikel via:





_
R
eacties van leden


Je reactie
Naam   Gast
Reactie   
  _
Captcha_Beveiligingsvraag

Welk dier is dit?
_





_
Ofsen  
08 dec 2009 16:37
Prachtig die terugblik op de verleden tijd en leuke oude foto's.