Delen     Populaire blogs     Volgende blog Ľ
Blog maken     Inloggen
_
_
GOOILAND
Geschiedenis van Gooiland van 900 tot 2007
_
Home__Weblog__Prikbord__Fotoblog__Videoblog__Foto's__Links__Gastenboek__Vrienden__Zoeken__Tip__Login
_

Welkom op mijn Weblog


http://gooiland.vijftigplusser.nl/?page=article&warticle_id=44460



Mijn Profiel

gooilander
Ik ben nu offline

• Mijn profiel
• Privť bericht sturen
• Als vriend toevoegen

Toevoegen als weblog vriend






Zoeken in Google
_



CategorieŽn Overzicht




Laatste Weblog artikelen




Fotoboeken


FAMILIE (1)
_
FAMILIE (2)
_

ERFGOOIERS (89)
_
FAMILIE (1)
_






Weblog Vrienden


Nog geen weblog vrienden toegevoegd.



Gastenboek berichten

David Hughes
20 oktober 2017 07:22
_
Heb je dringende leningen nodig om je financiële problemen op te lossen? Indien geïnteresseerd; neem dan contact met ons op via; E-mail: Paydayloans@li ve.com Telefoon: (512) 850-4970

Lieneke Opmeer
08 juni 2017 10:00
_
Deze pagina kwam tegen toen ik op zoek was naar de familie Majoor en met name Machiel Janszoon Majoor uit Laren. Hij is mijn overgrootvader, zijn dochter Engelina is mijn oma. Ik ben ook vernoemd naar haar. Verder ben ik heel erg benieuwd of er meer informatie over mijn overgrootvader bekend is. lienekeopmeer@ hotmail.com

Hans Klinkenberg
25 maart 2016 20:58
_
Joaox@live.nl




Watskeburt Op 50plusser.nl

Door Erin om 16:27
_
Erin Online

Door OmaSilly om 16:27
_
OmaSilly Online

Door elvira om 16:26
_
Nieuwe Forum reactie geplaatst

Door Rosalina42 om 16:26
_
Rosalina42 Online

Door AngelB om 16:24
_
Nieuwe Forum reactie geplaatst

Door RoeldeHaan om 16:22
_
RoeldeHaan Online

Door elvira om 16:21
_
Nieuwe Forum reactie geplaatst

Door sibilla68 om 16:21
_
Nieuwe Club reactie geplaatst





_

Andere artikelen



KWATWORMEN IN DE BLARICUMSE OOSTERMEENT


Stellage met spreeuwenkasten op de Blaricumse Oostermeent

In een nat grasveld kunnen in het voorjaar bruine plekken ont­staan,waarop veel vogels neerstrijken. Met hun snavels spitten ze deze plekkenom. Vooral in laaggelegen grasland kwam dit vroeger veel voor, zoals inhet Gooise buitendijkse gebied. Het was een ramp voor de veehouders, die toch al weiland te kort kwamen. Eeuwenlang wist men geen raad met wat meneen 'wormenplaag' noemde. Pas in de 20e eeuw ging men de 'wormen' met gifbestrijden, ook probeerde men een biologische manier.



Waterschap de Gooische Zomerkade

Aan de kuststrook ten oosten van de Huizer haven lagen tot het laatste kwart van de 20e eeuw de Maatlanden en een gedeelte van de Oostermeent.Tot het gereedkomen van de Afsluitdijk waren deze laaggelegen graslanden alleen tegen de Zuiderzee beschermd door een zomerdijk. Ze vormden het Waterschap de Gooische Zomerkade. In de winter werd dit gebied door dezee overstroomd, waardoor een kleilaagje werd afgezet. Door deze natuurlijke bemesting was de grond zeer vruchtbaar. Wel bleef in het voorjaar het land lang drassig, zodat het pas midden juni geschikt wasvoor agrarisch gebruik. De Maatlanden dienden hoofdzakelijk als hooiland. Alleen einde augustus (na de hooibouw) werd het opengesteldals 'naweide' voor het vee. De melk van dit vee kreeg echter een uiensmaak, tot ontevredenheid van de consumenten. Op de strook achter de zomerdijk, waar vooral zand werd afgezet, groeide namelijk kraailook (een ver familielid van de ui). De waterhuishouding bleef ook in de zomer een probleem. In de zomerdijkwaren op verschillende plaatsen sluiskleppen aangebracht waarop de sloten konden afwateren. De werking was afhankelijk van het getij van deZuiderzee. Bij eb drukte het water in de sloot de klep open en bij vloed sloot de zee deze weer. Het systeem van deze primitieve sluisjes bleef ookde eerste jaren na het ontstaan van het IJsselmeer in gebruik. De waterafvoer werkte echter hoofdzakelijk bij aflandige wind. Het onderhoud van de kade van de Maatlan­den was in handen van kademeesters. Voor de meentkade en de Meent zorgde het bestuur van de erfgooiersgemeenschap. Het lage deel van de Oostermeent lag aan de kust, het hoge deel achter de Maatlanden. Deze meent waterde gedeeltelijk af op de Gooiersgracht, maar ook op het beekje de Viersloot. Op oude kaarten is dit watertje nog herkenbaar, in latere jaren is het gekanaliseerd. De slechte ontwatering veroorzaakte regelmatig een 'wormenplaag'.

De kwatwormenplaag

Eind 17e, begin 18e eeuw leefde in Huizen Lambert Rijcksz Lustigh. Dezeman beschreef veel gebeurtenissen in het Gooi. Zijn geschriften zijnbewaard gebleven. In één van zijn geschriften staat:"Anno 1721 doen was alhier in 't voorjaar op onse weijde gemeente, envoornaam in de Blaricummerweijde de veltwormen soo sterck en magtighveele, dat sij bijna al graswortelen in de grond opaten, waardoor devoorz. meent met weijnigh gras schuetkens is. Ja, op de maatlanden hetselve verderf". Dat deze 'wormenplaag' geen fabeltje was bewijst het volgende bericht uitde Gooi en Eemlander van 10 Mei 1902:"Weinige weken terug voorspelde elkeen, dat de Meent deze zomer beter zou wezen, dan zij in jaren geweest was. Bij het guurder worden en blijven van het weder, verflauwt de hoop echter al spoedig, en nu morgen het vee der Erfgooiers op het punt staat bezit te nemen van de uitgestrekte weide, nu blijkt het, dat deze slechter is dan ooit. Gehele stukken zijn, totaal kaal, doch niet het weder is hiervan de hoofdschuldige, maar een in deze streken weinig voorkomende worm, welk diertje de wortels van het gras afknaagt. Hetzelfde schadelijke beestje toonde zich ook een jaar of acht geleden, met hetzelfde gevolg. Gelukkig (?) kwam toen de zee en er bleef geen enkel meer over. Toch in deze tijd van het jaar is dit geneesmiddel al weinig beter dan de kwaal" Uit dit krantenartikel blijkt dat na 170 jaar nog geen remedie was gevonden tegen deze plaag. Blijkbaar wist men ook niet dat 'het schadelijke beestje' een insektenlarve was. In Van Dale uit 1872 staat wel kwatworm en emelt, maar de enige verklaring is ' één der volksnamen van den engerling'.

De bestrijding der emelten

Vóór de invoering van de Erfgooierswet in 1912 werden de meenten slecht beheerd. Maatregelen om de 'wormenplaag' te bestrijden werden niet genomen. Bij de Erfgooierswet werd de Vereniging Stad en Lande van Gooiland opgericht. Deze beheerde de meenten van de scharende erfgooiers. Het bestuur deed er alles aan om de kwaliteit van de weidegronden van deze veehouders te verbeteren. Voorzitter E. Luden zocht voor de meentverbetering contact met de Landbouwhogeschool. Ter bestrijding van de larven werd de Plantenziektenkundige Dienst van Wageningen ingeschakeld. De correspondentie hierover is bewaard gebleven. Allereerst werd een brochure gestuurd met de titel De bestrijding der emelten. Daarin stond onder andere:"De emelten, dat zijn pootlooze, grauwgeel gekleurde larven van de langpootmuggen, behooren tot de ernstigste beschadigers van ontginningsweiden." en verder nog "De emelten leven nooit langer dan éénjaar in den grond. Verreweg de talrijkste soort is Tipula Paludosan,waarvan de muggen in Augustus - September uitvliegen ".

Vooral de heer P.J. Schenk, Technisch Ambtenaar 1e klasse van de hoge­school, heeft veel brieven over de emeltenplaag geschreven. In mei 1923 vraagt hij of de terreinen van 'Stad en Lande' door emelten geteisterd worden. Uit het antwoord blijkt dat het niet het geval is. In 1924 en 1925 is het echter mis en volgen opgaven van bestrijdingsmiddelen. Als middel wordt opgegeven 1 kg Parijsch Groen vermengd met 25 kg zemelen per hectare. Uit een onderzoek in het laboratorium Koningh en Mooy blijkt dat het Parijsch Groen voor 55,4 % uit arsenicum bestaat. Mogelijk schrikt men hiervan, want het handmatig verspreiden levert ook gevaren op. Men gaat opzoek naar een natuurlijke bestrijding.



De spreeuw

Begin maart 1925 stuurt P.J Schenk, de volgende brief naar Stad en Lande: "De laatste vorstperiode heeft het gras in zijn geheel bruin gekleurd, zoodat het vaststellen van de grootte en beschadigde plekken en de omvang van de beschadiging moeilijkheden opleverde. Vast staat echter, dat opvele plaatsen zeer veel emelten in de grond voorkomen, hetgeen aan de valekleur van het gras reeds goed is te zien. Ook de vogels hebben dit feit geconstateerd en bij name op de Oostermeent waren duizenden Spreeuwen aan't zoeken naar emelten. Overal vindt men gaatjes in de grond gestoken.Toch zijn nog vele emelten aanwezig ". Aansluitend aan deze brief stuurt hij een gedrukte brochure De Spreeuw .Hierin wordt het nut van de spreeuw voor de landbouw beschreven. Aan het hoofdstuk "Waarom verdient de spreeuw een betere verzorging?" is het volgende ontleend:"Er zijn drie redenen, die den Plantenziektenkundigen Dienst hebben doenbesluiten een bijzondere zorg te gaan besteden aan den Spreeuw. In de eerste plaats is de vraag naar bescherming van weiden en pas in cultuur gebrachte gronden tegen de vreterij van allerlei insectenlarven,emelten, junikeverlarven en Aphodiuslarven urgent.In de tweede plaats is ons gebleken, dat het thans gebruikelijke nestkastje niet aan de verlangens van de Spreeuw voldoet. Hier en daar betrekt hij het wel, maar lang niet in die mate als dat bijvoorbeeld vroeger bij de proeven te Kootwijk. In het buitenland, met name in het Köningsmoor, aan de spoorlijn Bremen-Hamburg zijn onder leiding van Prof. Weber de Spreeuwen in groote kolonies tot broeden gebracht. En dat nog wel in nestkasten, die ingroepen van 30 a 36 stuks (per 10 ha) bijeen aan houten stellages zijngeslagen. (een tekening van een dergelijke stellage staat achter in de brochure) Deze stellages staan op afstanden van ongeveer 500 m onbeschutin het open veld. Ze worden voor verreweg het grootste deel bewoond".



Stellages op de Oostermeent

Stad en Lande nam het idee uit Köningsmoor over en plaatste vier gelijksoortige stellages op de Oostermeent. Ze bestonden ieder uit drie staande ruwe boomstammen met diagonale stammen als versterking. Boven, op 3,40 m hoogte, stonden 34 nestkastjes.


P.J. Schenk stuurde in mei 1926 hiervan een foto. Jarenlang bleef hij contact houden over dit project,vooral met de hoofdopzichter Herman Hz. de Gooijer. Deze moest hem deresultaten melden, zoals in juni 1927. Het uitvoerige rapport bevatte een tabel met de inhoud van elk kastje. Een samenvatting van dit onderzoek:


Stellage Eieren Jongen Nesten Niets


A ...........--- ......... 25 ....... 24 ....... 5


B .......... 19.......... --- ....... 18 ...... 10


C ............ 6.......... 10 ........ 18 ...... 14


D .......... ---........... 7........... 3 ....... 29-

_____________________________________
Totaal... 25 ....... 42 ........ 63 ........ 58



Verdere rapporten ontbreken. Naast de emeltenbestrijding door de spreeuwen, werd ook nog steeds Parijsch Groen toegepast. Het was notabene schadelijk voor de vogels, maar nergens werd vermeld of er sprake was van dode spreeuwen. P.J. Schenk bleef het project in de gaten houden en stuurde hierover regelmatig brieven.
Juni 1935: "Er werden opmerkelijk veel dotten doode emelten bijeengevonden, die waarschijnlijk door vogels waren uitgespugt".
December 1936 : " de stellages op de Oostermeent in verval­len toestandzijn geraakt en eerlang vernieuwing eischen." Januari 1937 :"Gelieve prijsopgave 102 nestkasten". "Bij 100 stuks 85 cent per stuk voorspreeuwen".
Stad en Lande antwoordt februari 1937:"Er wordt geen gebruik gemaakt van aanbieding nestkastjes"De emeltenplaag verminderde na de ruilverkaveling van 1938, waardoor eenbetere afwatering mogelijk werd. Hierna vervielen de stellages, het laatstzijn ze gezien omstreeks 1940. Wel zijn er nog afbeeldingen van in enkele boeken.
Vreemd genoeg wordt in de correspondentie nooit gerept van de meeuwen op de Oostermeent. Als er een zwerm opdook, zeiden de Blaricumse boeren gekscherend: "De burgemeester van Marken heeft weer zijn duiven losgelaten". Misschien toonden deze zeemeeuwen geen belangstelling voor de larven. In de weilanden aan de Googweg te Muiderberg maakten de meeuwen wel jacht op de emelten.


_______________________


Bronnen:

- Archief 'Stad en Lande' Meenten Doos 364 Ziekte in grasgewas.


- Gooi en Eemlander 10 mei 1902- Gooijer, F.J.J. de. 1996 De Gooise Zomerkade en de Maatlanden. TussenVecht en Eem jrg. 14 (4), 204/208.


- Jonkers, D.A.; Kole, R.A. & Taapken (red.) 1987. Vogels tussen Vecht enEem. Vogelwerkgroep Het Gooi en omstreken, Hilversum. 331-333.- Kroniek Lambert Rijcksz Lustigh (1654-1727). Rijks Archief Haarlem 279.inv. nr. 1527 A


- Plantenziektekundige Dienst Wageningen. 1925. De Spreeuw. Verslag enMededelingen van de Plantenziektekundige Dienst, Wageningen No. 38.


- Polak, H. Tusschen Vecht, Eem en Zee. N.V. Dagblad De Gooi en Eemlan­der,Hilversum 1935


- Rapport betreffende de ruilverkaveling van gronden ge­naamd "de Buitendijken" gelegen in de gemeenten Naar­den en Muiden. (25.08.1937)


___________________________

Afbeeldingen :

- Tekening van Stellage van Toon de Jong (uit boek H. Polak) metonderschrift: Huizen: Vogelbroedplaatsen op de Gooische Oostermeent.


- Foto: Stellage op de Oostermeent gemaakt in 1926 door P.J. Schenk. (InStad en Lande Archief)


- Foto: Stellage met boven de nestkasten een man. Boek van de Vogelwerkgroep.


- Lijst met opgave van de inhoud van de nestkasten. (Stad en Lande Archief)


- Kaartje van de Oostermeent en de Maatlanden. Gebruik maken van'Krijgsspelkaart van Amersfoort en omgeving 1910-1913 blad 8 en 9. Schaal1 : 10.000. Uitgave Stichting Vijverberg Naarden. Hierop staat de loopvan de Viersloot juist aangegeven.Onderschrift: De Oostermeent was gemeenschappelijk eigendom van de erfgooiers. De Maatlanden bestonden uit honderden percelen met verschillende eigenaren.


_________________________


Kwatwormen in de Oostermeent - by F.J.J. de Gooijer

Tijdschrift :Vrienden van ‘t Gooi

---------------------------------------------------------


F.J.J. de Gooijer
Startpagina: http://gooijer.nl.jouwpagina.nl


Afbeeldingen: http://gooiland.50plusser.nl





Voorlichting van de Landbouwhogeschool Wageningen. (1925)


DE SPREEUW




Emelt


Artikel links



Geplaatst op 06 augustus 2015 19:06 en 3909 keer bekeken



Deel dit artikel via:





_
R
eacties van leden


Je reactie
Naam   Gast
Reactie   
  _
Captcha_Beveiligingsvraag

Welk dier is dit?
_





_
Gast  04 dec 2014 16:48
interessant